30 mei 2007

De perfecte leugen (door Alexander)

Welke rol ik zou willen spelen. Nou, die van Richard Gere in THE HOAX, een film die ik nog maar net in de bioscoop zag. Ik wil zijn rol hebben, ik wil de hoofdrol spelen, die van Clifford Irving, fabulerend journalist, fabulerend man. Niet omdat ik graag zo zou spelen als Richard Gere doet, maar omdat ik Clifford Irving wil zijn. Ik wil doen wat Clifford Irving deed.

Hij verzint dat hij de ghostwriter is van Howard Hughes, in die tijd de rijkste man op aarde, en bovendien een krankzinnige kluizenaar, die zelfs binnen zijn enorme luchtvaartmaatschappij niemand spreekt, hij stuurt alleen briefjes. Irving co-schrijft zijn autobiografie.

Verzint Irving. En het lukt. Ze geloven hem. Irvings truc is dat hij niets, níets liegt, behalve één dingetje, namelijk dat hij die 'autobiografie' schrijft. Dat hij Howard Hughes is. Maar verder klopt alles. Hughes ontmoet de uitgever nooit - maar ja, hij is dan ook een krankzinnige kluizenaar, die alléén contact met Irving wil hebben. Verhalen over Hughes' jeugd zijn wel af te troggelen bij oude kennissen, en verder is het vooral nauwkeurig denkwerk: Irving pluist Hughes uit alsof hij zijn romanpersonage is, volgt de logica van het verhaal. Hij moet voor zijn gevoel wel bijna echt de autobiografie van Hughes schrijven, anders wordt hij nog niet geloofd.

Maar het gaat toch mis, want Hughes is nog in leven en denkt op een gegeven moment iets als: ja hallo! Dus nee, ik wil die rol niet, ik wil beter zijn dan Clifford Irving.

Een identiteit creëren die niet mijn eigen identiteit is, maar die zo dicht bij de waarheid blijft, dat niemand vermoedt dat nou juist de kern gelogen is. Het moet niet moeilijk zijn. Dan noem ik mezelf Karel bijvoorbeeld, Karel Davids, en dan zou ik precies doen en zeggen wat Alexander Koning zou doen en zeggen, alleen dan onder een andere naam, en misschien zou ik hier en daar wat extra dingetjes nemen, ik zou sociologie studeren in plaats van psychologie, maar niet te gekke dingen. Het moet maar een béétje liegen zijn. En het beste verbergen is het dicht-bij-huis-verbergen. Ik zou ook rookgordijntjes plaatsen, ik zou Alexander Koning nog náást mij laten bestaan. Ik zou mensen laten geloven dat Karel Davids een ander mens is dan Alexander Koning. Ik zou mensen hen allebei laten kennen, zonder dat zij weten dat de een dezelfde als de ander is. Zolang ze hen niet allebei gezien of gesproken hebben, ontmoet, kan het lukken.

Ik zou alleen nog even moeten bedenken waar het goed voor zou zijn - als experiment, als test of het écht zou kunnen, als psychologisch experiment bij mezelf? - maar het zou de perfecte leugen zijn. De perfecte leugen is onontdekt.

En daarmee sluit ik af, geef ik het gastbloggerstokje door aan de volgende (en ik weet stiekem al wie het is, en ik ben heel blij dat diegene het is!!). Tot slot doe ik jullie nog de hartelijke groeten van Karel Davids.

Vertraging (door Alexander)

Er komt nog iets, er komt nog iets, maar ik heb de hele dag vertraging en nu nog steeds, sinds het wakker worden heb ik het al. Maar mijn (voorlopig) laatste stukje op dit weblog komt nog! Vanavond nog. Owwowhowh. Maar het komt echt!

Maar ik twijfel nog waarover. Ik durf eigenlijk niet zo goed weer over muziek of over film te schrijven, al loopt mijn mond over van de muziek en de film. Dat heb ik al zo vaak gedaan. Ik ga ook niet weer de moralist uithangen, ik moet eerst maar eens uit mijn overpeinzingen over de jump-reacties komen.

Daarom maar even een andere methode: roept u maar. Wat wilt u weten? Waarover moet mijn laatste stukje gaan? Wie heeft een voorstel?

(Het blijven voorstellen hè, niet bindend dus.)

MAGERE MELK

O, wat hou ik van magere melk!
Ik vind het zo lekker dat ik inmiddels volle melk ben gaan verafschuwen. Gelukkig hebben ze bij de AHtoGo op de stations tegenwoordig kleine kartonnetjes magere melk. En ik heb eindelijk uitgevonden dat in Frankrijk magere melk 'écremé' heet.

En nu las ik een artikeltje vol hoop. Het is hoop in de vorm van een koe, en de koe heet Marge.
Marge is een zwart-witte Friese (Bibi, am I right?) en ze werd geboren op een Nieuw-Zeelandse boerderij. Maar ze bleek een gekkie. Ze heeft zulke rare genen dat ze ‘magere’ melk produceert. Melk met een normale hoeveelheid eiwit met veel onverzadigde vetzuren en slechts 1 procent verzadigde vetten. Verzadigde vetten zijn slecht voor het hart. Bovendien zit er veel gezonde omega-3 in haar melk.

Marge is een wonder! Het onderzoeksbedrijf kocht haar onmiddellijk. Kosten: 177 euro. En nu wordt er met haar gefokt. Inmiddels zijn er dus kalveren met dezelfde genetische eigenschappen. ViaLactia, dat biotechbedrijf, is nu bezig om een hele kudde koeien met de genen van Marge te fokken. In 2011 wil het bedrijf de markt op met magere zuivel!

En dus mag Marge van mij wel een standbeeld. En een lofdicht. En een boek. En een eigen reclamefilmpje. Met die meneer. Jullie weten wel.

29 mei 2007

HET WOORD AFSCHEID

Het woord 'afscheid' is rooiig. Dat komt door de F, die nogal donkerrood op de andere letters afstraalt. Maar ook door het bloederig-verdrietige dat aan dit woord kleeft, nu de nieuwe twee weken van Alexander morgen ook alweer om zijn.

Gemeen.
Gemeen van de tijd die sneller heeft zitten lopen.
Gemeen van de dagen die harder zijn gaan staan gaan.

Maar -
we zullen Alexander toch weer terug zien.
Hoewatwat?
Dat maken we binnenkort bekend.

Nu eerst weer een droevig handje, slappe tranen en een triest jumpje voor de roeier, de culturer, de gitarer en de reizer. Dankjewel voor alweer memorabele stukken.

Tot snel.

Jumpen (door Alexander)


Het was goed dat André Rouvoet op tv bij DWDD – oh, wat mis ik dat programma – liever meneer en u genoemd wilde worden dan André en jij. Verstandig. Helder. Hij was minister, hij wilde aangesproken worden als minister. Hij nam een hoge positie in en daar hoorde nou niet meteen een pretentieuze titel als excellentie bij, maar toch zeker wel die u-afstand.

Eerst heftig knikkend en daarna ‘ja! ja!’ mompelend las ik vanmorgen een opiniestuk van Toon Beemsterboer in NRC.NEXT. Hij had het over een gevoel dat ik een paar weken geleden kreeg, toen ik André Rouvoet zag opduiken in het vrolijke uitsmijtertje van het NOS Journaal. Een (dubbel) gevoel van down the drain. Wat er gebeurde: Rouvoet jumpte (link).

Jumpen is de nieuwste rage onder jongeren, en ziet eruit, zoals Beemsterboer het heel leuk omschrijft, ‘als een kikker die niet kan kiezen tussen ballet en klompendans’. Jumpstyle is het nieuwe gabber. Jumpen is het nieuwe hakken. Iets van jongeren dus. En André Rouvoet heeft die vrolijke hype met zijn gejump ‘vakkundig om zeep geholpen’. Beemsterboer meent dat het fenomeen dankzij de gretige adoptie van de heren politici nu voorgoed uncool is geworden. Het wordt zelfs ingezet (ingezet!!) bij projecten tegen overgewicht – een doodskus voor de hype.

Nou heb ik op die stelling wel wat aan te merken, want zóveel hoef je je daar als jumper ook niet van aan te trekken. Maar het aanzien van André Rouvoet is veel heftiger geschaad. Het probleem is niet dat Rouvoet een modderfiguur sloeg, nee, hij jumpte best leuk, had er lol in. Maar die u-afstand. Die is weg. En als hem het vousvoyeer-aanzien zó weinig kon schelen dat hij het in anderhalve cameraminuut down die drain duwt, dan kan ik de uitspraak bij DWDD ook niet meer serieus nemen. Daar wilde hij meneer zijn.

Een meneer jumpt niet.

APART BREIN

Ik heb een apart brein!
Heb ik nét gelezen. Yeah! Feestje?

Het gaat om de samenvatting van een artikel in de NRC, dat ik net aantrof op een nieuwssite. Twee psychologen van de universiteit in Amsterdam hebben mensen onderzocht die bij het zien, of het denken aan bepaalde letters, onmiddellijk vaste kleurassociaties hebben.
Dat heb ik. Dat had ik als kind al.

De T is zwart bijvoorbeeld. De S is (licht)rood, de E is metallic rood, de X is zilver, de H is blauwgrijs, etcetera.
Mensen die dit hebben heten synestheten, en de twee wetenschappers hebben onderzocht wat altijd al vermoed werd: wij hebben meer zenuwverbindingen in ons brein!

Het schijnt (sorry) vooral onder mensen met creatieve beroepen voor te komen. Arthur Rimbaud schreef er zelfs een gedicht over. Ook interessant: de geassocieerde kleuren blijven een leven lang dezelfde. Maar ze verschillen wel heel erg per synestheet. Zo ben ik het helemaal niet eens met de kleuren van de weekdagen van de meneer die het plaatje krijtte.

Ik ben heel blij (het woord 'blij' is voornamelijk lichtbruin). 'We zijn ErKeNd!' Zou er een belangenvereniging bestaan? Met vergaderingen in een zaaltje waar dan op de uitnodiging niet staat waar het is, maar waar alleen een kleurvlakje te zien is. En dat we het dan toch allemaal vinden? (O nee)

En mogen jullie dan ook komen? Of zijn jullie niet OSM?
En zouden er ook mensen zijn die bij de letters muziekjes horen in plaats van dat ze kleuren zien? Of geuren waarnemen? Dat de Q naar kabeljauw ruikt en de V naar toverinkt? En waar is wetenschappelijk medewerkster Miebeth als je haar nodig hebt?
Hm.
Dit wordt een rijke dag (dinsdag, dus: nogal lichtblauw, beetje groen op het eind, door die 'g' en de neutrale , boterkleurige 'a').

PS De tekening is van David Bisschop Boele. En veel meer over synestheten is te lezen via deze link.

28 mei 2007

Marlango (door Alexander)



Ja, ik heb ook niet zo heel veel te zeggen. Ik zit te luisteren.

Ik heb wel een verhaaltje. De zanger Tom Waits trad ooit op in Australië, toen hij vertelde over een vrouw die hij eens ontmoet had. Ze heette Suzie Marlango en ze droeg altijd kleren van angorawol. Ze had angorawollen truien, angorawollen kousen en ook in haar schoenen was angorawol verwerkt. Nooit zag hij haar weer, maar hij kan niet aan angorawol denken zonder aan Suzie Marlango te denken.

Marlango werd na dat verhaal de naam van een jazzformatie uit Spanje. Buiten Spanje kent, geloof ik, niemand hen, behalve ik. (Indien wél: dan grijp ik graag de mogelijkheid aan om mij hier te etaleren als fan in need of een andere fan.) AUTOMATIC IMPERFECTION is de raar getitelde titelsong van hun tweede album. Zangeres Leonor Watling heeft een lome stem, een beetje scherp, maar ook jazz-achtig rondrollend, en kraakhelder. Er komt ook nog een hele fijne, hele lijzige elektrische gitaar in voor.

Ze zingt over allerlei rare dingen. Vrij vertaald luidt het refrein: ‘Soms, op de een of andere manier, vindt de maan een wiegje in verkeerslichten. En het werkt. Het werkt.’ (Sometimes, somehow, moon finds a cradle in traffic lights. And it works out. It works out.) Daar zouden ze wel een poëzie-uitleg-missionaris op af mogen sturen. Er zit ook nog een mooie clip bij die er flink op los verwijst naar LOST IN TRANSLATION, de prachtige film die op wisselende plaatsen in mijn topdrielijstje staat.

Ik luister nog even verder. Ook? Hier is meer, en meer, en nog meer.

ZODIAC

Ook over een film.
ZODIAC namelijk.
Heel sterk.

Waar ik erg van houd bij écht spannende cinema (deze film gaat over de jacht op een seriemoordenaar), is dat alle middelen ingezet worden om het verhaal te ontrafelen. Plotsgewijs moet alles kloppen, en dat doet het in deze film. Cinematografisch moet alles kloppen, en de beelden in deze film zijn steeds in bepaalde kleurschema's, hetgeen de aandacht van de kijker intensifeert. En de acteurs moeten kloppen.

En hey, it's Jake Gyllenhaal. De mooiste man op aarde. Daarbij een acteur die zijn films slim kiest. Ik zag van hem Donnie Darko, Jarhead en Brokeback Mountain, alle drie uit mijn lijstje beste films ooit.

Verder heb ik niks te zeggen. Want ik zit nog even te denken. Aan de film.

27 mei 2007

Woordenoorlog (door Alexander)

Toch kunnen ze het in Amerika beter, films maken. Gisteren zag ik in de bioscoop INTERVIEW van regisseur Steve Buscemi, de Amerikaanse remake van de film van Theo van Gogh. Beter dan het origineel.

Het scenario van Theodor Holman is vrijwel hetzelfde gebleven, gelukkig, want dat was al ijzersterk. Het sterkste van de film. De film gaat over de actrice Katya (oorspronkelijk Katja Schuurman) en een morsige politiek journalist die met tegenzin voor een interview naar het soapsterretje toe gestuurd is. Die desinteresse maakt het interview vanaf het begin gedoemd te mislukken. Maar het gesprek gaat dóór en langzaamaan ontspint er zich – er is geen betere gelegenheid om het woord ‘ontspint’ te gebruiken dan hier – een vlijmscherp gesprek, een kat-en-muisspel in dialoogvorm. Een woordenoorlog.

Bloedspannend is het. Zoals een vurig politiek debat spannend kan zijn. Zoals een ruzie vol ingehouden woede adembenemend kan zijn. Ze spelen voortdurend spelletjes met elkaar, ze leggen vinnige vallen in hun woorden.

Twee dingen zijn er anders in de remake. Ten eerste speelden in Van Goghs versie Katja Schuurman en Pierre Bokma de hoofdrollen; nu treedt champagnefeestjesdame Sienna Miller op als Katya en regisseur Steve Buscemi zelf is Pierre. En zij acteren net iets subtieler, net iets onderhuidser, net iets beter. Ten tweede is het scenario ietsjepietsje aangepast, en door die aanpassingen is het net iets beter, ook weer subtieler en daardoor minder glad. En nog altijd zo vlijmscherp, dat je zelfs als je de ontknoping al kent, tot het einde toe ademloos toekijkt.

GEZICHTEN

Ik weet nog waar ik liep. Op het schoolplein namelijk, ik zat in de eerste klas. Ik was zes jaar, en ik dacht na over gezichten.

Ik zie de tegels die ik tijdens mijn denken voor mijn voeten zag nog steeds. Ik zie ook de overkant van het schoolplein voor me, waar het hoofdgebouw van onze school stond. En ik weet dat ik naar de zesdeklassers keek. Vooral naar de meisjes. Ik vond er een paar zo op elkaar lijken, en ik wist dat ze geen zussen waren, zelfs geen familie van elkaar.

En toen bedacht ik het: dat God niet elke keer iets nieuws kon verzinnen voor al die gezichten. Dat hij maar een beperkt aantal ogen, neusvleugels, wangen, haren, oren etcetera had. Dat hij die in verschillende bakjes had liggen, in een gigantisch hemelse voorraadschuur, maar dat er toch een eind kwam aan die bakjes.

Later ben ik mijn eigen theorie trouw gebleven. Nog steeds herken ik mensen die ik niet eerder heb gezien. Ik herken ze aan hun categorie. Ik heb niet meer de wens om, zoals vroeger, al die gezichtensoorten na te tekenen en alle namen te geven, maar het is natuurlijk gewoon wiskundig waar: al die gezichtsonderdelen kunnen laar op een beperkt aantal manieren gecombineerd worden, en daarna is het op.

Dat betekent dat het ook waar is wat ik daarnà dacht, op dat schoolplein: dat er een dubbelganger van mij moet zijn.
Ik hoop hem snel te ontmoeten.
Om dan hard weg te rennen, achteruit de tijd in, naar mezelf als zesjarige, en om mezelf dan op mijn eigen schouders te hijsen en naar boven te roepen: 'Jochie, je had gelijk! Je had groot gelijk!'

Weten jullie ook nog van jullie kinderinzichten?

26 mei 2007

VADER ABRAHAM

Vanochtend zat ik in de bus en de chauffeur had heel zacht de radio aanstaan. Het nieuws begon. Via de bekende, vaste nieuws-stem hoorde ik een bericht over Vader Abraham. Ik kon het niet goed verstaan, maar een officieel bericht over Vader Abraham, artiestennaam van Pierre Kartner, kon toch alleen maar betekenen dat...?
Ja hoor, daar sprak de serieuze nieuwsstem al uit dat 'het grootste succes van Vader Abraham HET SMURFENLIED was...' etc. etc. etc.
De bus stopte en ik moest uitstappen. Ik had dus niets heel erg duidelijk gehoord, maar ik was toch geschrokken: Vader Abraham was dood.

Ik dacht: zo verdwijnen de jaren zeventig langzamerhand volledig. Mijn jaren zeventig. Ik mijmerde nog wat door terwijl ik naar de trein liep.
Bij alle sms'en die ik vandaag stuurde dacht ik: eerst even melden dat V. A. dood is. Maar het waren toevallig sms'jes aan zeer jonge mensen, voor wie Pierre Kartner geen betekenisvolle entiteit zou zijn, en zijn verscheiden geen schok. Dus ik tikte niks.

Gelukkig maar. Vanavond was ik weer thuis, en ik googlede en googlede, maar niks over het tragische sterven. Wel een ander bericht: Vader Abraham heeft aangekondigd 'over drie jaar' te stoppen. Niet nu. Niets actueels. Niks aan de hand. Nepnieuws.

Maar dus wel op het officiële nieuws geweest. Voorgelezen door de officiële nieuwslezer. Ik ben kwaad. Ik hoop van harte dat Vader Pierre nog zevenhonderd jaar leeft, maar ik wil niet dat hij aandacht krijgt doordat hij zegt dat hij over drie jaar, zes jaar, veertig dagen, tweeënenhalve maand zal stoppen. Vlieg op. Ga in een klein café aan een verre haven zitten murmelen. Of in een waterkraan.
Ja. En wie moet ik eigenlijk neerslaan om voortaan van dit soort non-nieuws versmurfd te blijven?

Tristan da Cunha (door Alexander)

Het eiland Tristan da Cunha, daar wil ik ooit nog eens heen. Het is officieel de meest afgelegen bewoonde plek ter wereld, middenin de Atlantische Oceaan, ligt halverwege op de lijn tussen Kaapstad en Buenos Aires. Het is een piepklein vulkaaneilandje en vrijwel onbegaanbaar, hoge rotsen rijzen op uit de onstuimige oceaan. De ontdekker van het eiland, de Portugese kapitein Tristão da Cunha, gaf het eiland zijn naam zonder er voet aan land te hebben gezet. Enkele tientallen kilometers naast Tristan ligt het eiland Inaccessible. Daar woont niemand en daar komt ook bijna nooit iemand.

Vanaf het vasteland kun je maar een keer in de drie maanden naar Tristan toe. Erheen vliegen is onmogelijk – het eiland glooit te veel voor de aanleg van een landingsbaan. Per schip kan wel. Er vertrekt vier keer per jaar, uit de haven van Kaapstad, een containerschip dat naar Antarctica koerst en dat een tussenstop maakt bij Tristan. Dat is het enige moment waarop de eilanders contact hebben met het vasteland, dan komt de post.

Het is geen fijn eiland om te zijn. Het is er altijd bewolkt, altijd koud, pinguïntemperatuur, en het stormt er keihard en onophoudelijk. Mensen houden er schapen en poten aardappels. Er zijn een paar dagen in de maand waarop de stormwind zo draait dat de kreeftenvissers uit kunnen varen.

Er wonen bijna driehonderd mensen op het eiland, met acht verschillende achternamen. Veel mensen lijden er aan astma of glaucoom, ziektes die vaak ontstaan door huwelijken met (verre) verwanten. Bezoekers worden oogluikend toegestaan, tot de volgende boot uit Kaapstad weer arriveert. Voor buitenlanders is het verboden zich permanent te vestigen op Tristan da Cunha.

25 mei 2007

ONBEREDENEERBARE REISWENSEN

Vandaag eten Jan Paul, Bibi en ik samen. Niet van 1 bord. Wel van 1 gerecht. En we drinken uit 1 fles: Rose des Balmes 2005.
Maar we spreken over reiswensen die niet te beredeneren zijn. Waar willen we heen en waarom in godsnaam?

Tijd voor antwoorden.
Bibi. Go.

Daar ben ik, ja. Ik wil naar Odessa. Vanwege de naam. Vanwege de lege reis per trein erheen. Vanwege de aardrijkskundeles vroeger op school. En misschien om die eerste letter, die 'O'. Want 'O', daar zit iets van verwondering in. O mijn hemel, O God, O nee toch, O,o,o wat heb je nu gedaan, O dessa. Daarom, dames en heren, o daarom.
Daar komt Edward, ster van dit blog. O kom d'r maar in E!

E: Ik wil naar heel veel. Het zijn inderdaad meestal taalkundige aanleidingen, volkomen willkeurig, zapsgewijs en flutredenig. Allereerst de Far Oer eilanden (tussen Engeland en IJsland). Ook wel vanwege het eiland-aspect. Maar ik heb ook ooit een bandje gekregen met popliedjes in het Faroers. Verder wil ik naar veel Oosteuropees. Allereerst Albanie. Daar heeft de burgemeester van de hoofdstad kunstenaars de oudcommunistische flatgebouwen laten beschilderen. Dat wil ik zien. Maar ook Slovenie. En heel graag naar Alma Ata. Ik ga zeker zeker zeker zeker mee met Bibi naar Odessa. En omdat Sorrento volgens goed ingewijden een geluksplekje is doen we dat ook. Plus Sydney. Plus. Plus. Plus. Stop.
Over naar Jan Paul. Daar is ie.

Hallo...?

Ben ik live...?

Aha. Ik wil heel graag in de zomer naar de skigebieden in Nieuw Zeeland. Om een extra winter en een stukje minder zomer te hebben. Een sneeuwstorm in augustus, dat lijkt me geweldig. Het hoeft maar een keer in mijn leven.

Goh, twee stukjes op mijn eigen blog en nu hier weer. Nou ja. Zolang het goed betaalt blijf ik schrijven.

Edward nu weer: Jan Paul begint te schrijven en roept: Alma Ata! Dat wil ik ook! Maar vervolgens schrijft hij er hierboven niks over. Hoe kan dat nou? En vanmiddag had hij het gloeiend en liefdevol over Groenland. Conclusie: Ik ga met Jan Paul mee naar Groenland, Bibi gaat met mij mee naar Alma Ata waar Jan Paul dan al is, en we zien elkaar halverwege ook, en dat is Odessa. En dan gaan we echt beredeneren waarom we daar zijn. Rose-loos.

Jan Paul: 'Ik wil naar Nuuk.'
Edward: 'Dat staat hierboven al.'
Jan Paul: 'O.'
Edward: 'Of wil je nog wat zeggen, Jan Paul?'
Jan Paul: 'Ik had een hele tijd de webcam van Nuuk als een van mijn favoriete websites!'
Bibi: 'O.'

De foto is genomen... op vakantie. In Finland.

24 mei 2007

Drietrapsraket (door Alexander)

Met de Guatemala-pleisters nog fier op mijn armen liep ik gistermiddag door de Albert Heijn. Er was een plank heringericht, zag ik, en daar stonden ineens flesjes vruchtenlimonade van het merk Maaza. De sapjes hadden bijzondere kleuren en smaken: er was melkwit lycheesap, dieporanje mangosap, warmgeel passievruchtsap en knalroze guavesap. Ik koos het guavesap.

De beslissing was gebaseerd op de eerste drie letters van het woord guave.

Mijn enige ervaring met het fenomeen guave dateert van jaren geleden en ik herinner me vooral een weinig sappige melige roze brij. Het guavesap was wel sappig. Het was verrassend lekker en smaakte ánders. Het had de zoetheid van mango en de frisheid van peer. En het was roze. Wat op zich al bijzonder en leuk is. En niet dat halfroze rood van vruchtensapjes met aardbeien. Echt knalroze.

---

Ik las vandaag in de NRC.NEXT een ontzettend lovende recensie van het nieuwe boek DUIZEND SCHITTERENDE ZONNEN van Khaled Hosseini. Hij schreef eerder DE VLIEGERAAR, dat zich afspeelt in het Afghanistan onder de Taliban. Ik heb dat nooit gelezen, maar ik geloof dat ik iets gemist heb. Als ik mensen vroeg of ik het moest lezen, antwoordden ze me meestal dat het wel sentimenteel was, dus dat ik daar dan wel zin in moest hebben. En er lagen even hoge stapels vliegeraars als Kluuns. Dat vond ik ook al een veeg teken.

Dus ik had het maar even laten zitten. Maar als een kwaliteitsrecensent schrijft over het ook al best sentimenteel getitelde DUIZEND SCHITTERENDE ZONNEN: ‘De schrijver […] is erin geslaagd een epos te schrijven dat ontroert, dat je boos maakt en dat je doet huiveren. Hosseini is een vakman, in staat geloofwaardige personages te creëren en verhaallijnen soepel in elkaar te weven.’ – nou, dan ben ik om. Zo naar de boekhandel.

---

Raar bericht lees ik net. Er komt een nieuw programma op tv, KORTE LONTJES heet het. ‘Het programma laat op een ludieke manier zien hoe de verborgen camera registreert hoe mensen hun geduld kunnen verliezen in lastige situaties waar iedereen in het dagelijks leven mee te maken krijgt. Verkeersergernissen, burengerucht en andere moeilijke momenten worden feilloos door de camera gevangen.’

Ik ben er op voorhand tegen. Omdat ik op voorhand tegen uitlokking ben. Nu gaan ze mensen irriteren om te zien hoe zij dan geïrriteerd doen. Je kwéékt daarmee negatieve gevoelens, die er anders niet geweest zouden zijn. Alsof je iemand gaat ontvoeren om te kijken hoe hijzelf en zijn familie daarop reageren. En als het juist moralistisch wil laten zien dat wij te korte lontjes hebben, lijkt het me niet dat je die dan nog eens moet gaan aansteken.

DE RACISTE

Vanochtend zat ik in de trein, met een reisgenoot. We spraken over van alles, en ook over ex-president Clinton en diens aanhang onder 'the blacks'.

Toen gebeurde er iets zeer gedenkwaardigs.
Er stond ineens een aardige, kleine, oudere mevrouw naast ons. Ze had spierwit haar. Ze hield een boekje in haar hand. 'Sorry,' zei ze, 'dat ik zomaar onderbreek, maar ik wilde even iets zeggen over de blanke mens.'

En toen brak ze los.
Ze was in 1939 geboren en voor haar hoefde al die rassenvermenging niet. Het blanke ras was tenslotte het beste op aarde, ja, zo zag zij het hoor. En het heet niet wít, het heet blánk. Ze zag niet in waarom er zoveel zwarten in ons land moesten komen. Want we worden overspoeld. En Hitler noemde het zo en zo (en toen kwam er een Duits term die we niet verstonden). En ja sorry hoor dat ze het zei, maar vrouwen luisterden nooit naar haar. Ze was zelfs al eens naar de keel gevlogen. Maar het blanke ras wás gewoon beter dan andere rassen, dat wist iedereen.

Het ging maar door. Ik zei: Mevrouw, u begrijpt natuurlijk wel dat wij het totaal niet met u eens zijn.
Ja, dat wist ze wel, zei ze , maar... en toen kwam er een herhaling van boven.
Ik zei: Kent u ook donkere mensen?
Toen werd ze fel. Daar gíng het niet om, zei ze, en toen kwam er... een herhaling van boven.

Mijn reisgenoot was rustiger in zijn reacties. Hij zei bijvoorbeeld: Welk boek leest u? En ook: Mevrouw, ik denk niet dat u bang hoeft te zijn dat u niet wit zult blijven.

En toen moesten we alweer uitstappen. Ik vond dat jammer. Dat vond mijn reisgenoot ook. Want nu hadden we opeens een echte, zuivere, raciste gesproken. Iemand die noch hij noch ik ooit te spreken zouden krijgen.
En in had (meer dan hij) een gedeelte van mijn tijd verdaan door tijdens haar tirade te denken: ik kan hier toch niet naar luisteren, ik moet toch duidelijk zijn nu, ik moet er toch tegenin gaan!
Dat deed ik dus ook wel, maar eigenlijk was het véél interessanter geweest te weten waar de adelaarssterke overtuiging bij deze mevrouw vandaan kwam.
Uit angst natuurlijk. Ongetwijfeld. Ze had ergens een joekelgrote angst opgedaan. Maar waar kwam die angst vandaan? En door wie was de dame beïnvloed, of op het racistische pad gebracht?

Dat had ik kunnen leren - als we bijvoorbeeld hadden gevraagd of we haar eens mochten opzoeken. Dan had ik misschien de kans gehad racisme beter te begrijpen - want begrip leidt tot een betere bestrijding (mocht ik ooit in de positie komen dat ik dat zou moeten bestrijden). Ik denk dat we kansen hebben laten liggen.

Toch een miraculeuze ontmoeting. Met te weinig tijd en te weinig effectiviteit. We komen haar natuurlijk nooit meer tegen. Deze witte, van woede trillende, oma-achtige dame. Sorry, deze blánke oma-achtige dame.

O ja - welk boek ze las? Een pocketje. Dr. Who.

23 mei 2007

VERLOREN

Onlangs blogte ik hier een lijstje op van boeken die ik nog moest lezen. Een van die boeken was 'Het schervengericht' van A.F.Th.
En wie van soap en verborgen plot-aanwijzingen houdt, kon gisteren uit een van de Kreta-foto's opmaken dat ik het op z'n minst ernstig geprobeerd heb.

Want dat is zo. Ik heb het zeer ernstig geprobeerd. In, op en boven Kreta werkte ik aan de 1050 pagina's die dit boek telt.
En ik moet zeggen: ik heb verloren. Na 450 pagina's heb ik het opgegeven.

Ik vind het een vervelende knock-out. Een stomme loss. Ik wilde namelijk zo graag. Ik heb alle delen van zijn vroegere cyclus 'De tandeloze tijd' heel, heel, heel graag gelezen. Ik heb de losse boeken heel, heel, heel graag gelezen. Maar 'De Movo Tapes' heb ik ook al van me af gestoten (werpen gaat een beetje moeilijk met die pillen), en nu ligt dit nieuwste boek ook weer als een baksteen op mijn leesgeweten. Mijn leesgeweten krijgt er bronchitis van. Want ik vrees dat het het einde is van mijn A.F.Th.-pogingen.

Ik las maar en las maar en merkte steeds maar dat het me geen hout kon schelen wat die mensen allemaal dachten en zeiden daar in dat vette boek. En ze praten ook allemaal hetzelfde. In spreekwoordjes. In slimmigheden. Zelfs al hebben ze net iets ergs meegemaakt.

Goed, het ligt aan een aan mij ontbrekend Movo-talent. Ik ben een snoertje kwijtgeraakt. A.F.Th. en ik zijn niet meer compatibel. En omdat A.F.Th. compatibel is met heel veel mensen, belangrijke leesmensen, ligt het echt aan mij. Verloren. Verloren. Verloren.
Ik sta hier en ik voel ze niet: moeilijke voeten. Sorry.

Met prik (door Alexander)

Gelukkig hoef ik de komende dagen niet te roeien, want dat zou even niet gaan: ik loop nu rond met twee slampamperige hangarmen met tachtig euro aan vaccinaties erin. Ze voelen aan alsof ik voor elke neergetelde euro een liter vaccinatievocht ingespoten heb gekregen. Af en toe is het alsof er iemand met een breinaald in mijn linkeroksel prikt. Maar ik geniet. De twee pleistertjes op mijn bovenarmen voelen behoorlijk stoer.

Het gaat heel erg goed met mijn geplande reis naar Guatemala. Vliegticket is geboekt, paspoort verlengd, Lonely Planet aangeschaft en vanmorgen heb ik dus twee prikken gehaald. Hepatitis A en DTP. Er was inloopspreekuur bij de GGD en ik ging er enthousiast glunderend naar toe. Ik had echt zin in die prikken. Omdat het een stapje dichter naar de reis toe is (en omdat ik prikken stiekem best wel spannend en stoer vind).

Het krappe overloopje in het GGD-gebouw zat stampvol wachtende mensen en de in groten getale aanwezige peuters verspreidden een oorverdovend gedrein. Het duurde iets minder dan anderhalf uur voordat je aan de beurt kwam. Een jankjengelend jongetje maakte de wachtkamer een uurlang deelgenoot van zijn jankende gejengel. Ik dacht: ach, dat hoort erbij, en las onverstoorbaar een krantje en een boekje.

En toen mocht ik naar Willemijn, de beginnende arts die enge verhalen vertelde over muggen en malaria en dengue. Ik knikte daar begrijpend en stoer op terug. Het recept voor 130 antimalariapillen pakte ik aan alsof het een boodschappenbonnetje was. Audrey, de prikverpleegkundige, vroeg daarna grijnzend: ‘Guatemala? Wat moet je dáár nou?’ En ik kon daar breed op teruggrijnzen. De injecties voelde ik nauwelijks. Toen de pleistertjes opgeplakt waren kon ik losjes mijn mouwen omlaagschuiven en heel normaal mijn jas aantrekken en ontspannen lachend de prikkamer verlaten.

Nu laat ik aan iedereen die in mijn buurt komt mijn pleisters zien. Mijn huisgenoot werkte al erg goed mee. Terwijl ik mijn mouw opstroopte zei hij: ‘Zo, heb je een tattoo laten zetten?’ Bijna goed.

LAATSTE FOTO UIT KRETA: DE GELUKSKATJES, WACHTEND VOOR ONZE DEUR

22 mei 2007

Happy dance (door Alexander)

Mensen zouden wat vaker een happy dance moeten doen als ze gelukkig zijn. Als ze bijvoorbeeld in Amsterdam zijn. Wat ik meestal doe als ik mij op de Amsterdamse grachten bevind is fietsen. En waar ik zei fietsen bedoel ik heel hard scheuren en bochten afsnijden. Eigenlijk: me met fiets en al op enorme snelheid door onmogelijke verkeerssituaties heen manoeuvreren.

Ik doe nooit dansjes. Dat doet John Green, als hij in Amsterdam is. Op bruggen, op straat, in het Stedelijk Museum, op het Rembrandtplein, op de Dam zelfs. (Woowww!) (En: 'The natives laughed at me.') John Green is een Amerikaanse jeugdboekenschrijver en ik kan niet zeggen dat ik hem al langer kende dan ik het weblog van Edward ken – Edward schreef een poos geleden over John Green en diens weblog, toen John Green een prijs had gewonnen en toen zijn euforie op film vastgelegd werd, en hij dat filmpje op internet plaatste.

Nu blijkt John Green in Amsterdam te zijn. Getuige zijn nieuwste filmpje. Hij is zo blij om hier te zijn dat hij niet kan ophouden met happy dancen. Het is een filmpje waarmee hij een Amsterdammer als ik weer even laat stilstaan bij het voorrecht om in deze stad te mogen wonen. Amsterdammers, en mensen in het algemeen, zouden wat vaker een happy dance moeten doen.

FOTO UIT KRETA (3) - DE BOEKEN BIJ HET ZWEMBAD