06 februari 2007

DE PERS

Sinds een week of wat is de derde gratis krant van Nederland een feit. DE PERS.
Ik vond het een leuk initiatief, en de initiatiefmaker overtuigde toen hij bij DE WERELD DRAAIT DOOR werd geïnterviewd.
Ik probeer de krant elke dag op het station even door te kijken. Maar ik kan helaas een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken.

Allereerst vanwege iets waar DE PERS zelf niets aan kan doen: de enorme stapels die blijven liggen. Althans in Rotterdam. Waar METRO en SPITS meteen al weg zijn, vind je ver in de middag nog vele PERSEN.

Maar verder: het zou een kwaliteitskrant zijn. Redactioneel kan ik dat niet precies controleren. Ik heb de indruk dat de artikelen goed geschreven zijn, en helder gepresenteerd. Maar de cultuursectie... Er staan soms (piepkleine) recensietjes van boeken in, maar het is totaal niet helder om welk boek en welke schrijver het gaat. Met een beetje geluk kun je dat uit het stukje zelf afleiden. Ook kun je aan de recensies niet snel zien of het om een boek of een toneelstuk of iets anders gaat. Onhandig.

Maar het allerergste vind ik wel de 'shownieuwsberichtjes'. Ik heb echt al heel veel keren iets over Gerard Joling of Paris Hilton moeten lezen. Iets dat in álle kranten staat, op álle sites, en totaal onbenullig is. Vandaag zelfs TWEE Paris Hiltonberichtjes. Irritante bladvulling, en als er iets is waar potentiële DE PERS-liefhebbers geen behoefte aan hebben dan is het wel aan Paris Hilton. Aan Paris Hilton-vervuiling.
Een groot wereldwijd virus, dát is Paris Hilton, en zelfs een als gezond aangekondigd blad lijdt eraan. Bah. Hopen dat er een medicijn voor bestaat.

Gevonden, of juist kwijt... (door Ivo)


Een tijdje geleden heeft Edward gepost over 'Postsecret'. Een website/blog waarop mensen zoals jij en ik hun lang gekoesterde geheim anoniem van de daken kunnen schreeuwen.

Een andere insteek in het verkrijgen van inkijkjes in de levens van mensen zoals jij en ik, vind je op 'Found Magazine'.

Ook hiervan is een boek verschenen en zijn er dagelijkse vondsten. Vondsten die mensen hebben gedaan van andere mensen. Voor de vinder een vondst, voor degene die het verloor een kwijtst (of kwijtsel).
Verschil is dat de eigenaar niet weet dat dit gevonden is, laat staan waar het zich een weg naar toe gevonden heeft...

(titel van dit gevonden briefje: There are options.)

05 februari 2007

Instinct (door Ivo)

Bij deze dan het verloren bericht uit het weekend. Ik merkte dat de motivatie de 2e keer minder was, maar ik vind het onderwerp nog steeds noemenswaardig genoeg om met jullie te delen.
Flarden van mijn schrijfsel van toen zijn blijven hangen, maar of het een derde keer net zo goed wordt...

Noemenswaardig is dat ik gestopt ben met roken, ruim een maand (niet zo'n 1 januari-goedevoornemensstopactie, hoor). Met name anderen vinden dit noemenswaardig, zoals mijn vriendin. Geen gelegenheid gaat voorbij of het kan gedeeld worden.

Een bijverschijnsel van het stoppen met roken is dat de gestopte aankomt. In gewicht wel te verstaan. Ook bij mij is dit het geval en omdat aankomen in de huidige maatschappij nu eenmaal een regelrechte ramp is, kan ik in dit geval wel spreken van een regelrechte ramp.

Er worden altijd een hoop voordelen opgenoemd over het stoppen met roken (daar wil ik ook nog wel eens een goed gesprek over, met die goede voornemensnoemers), maar je hoort weinig over de voordelen van roken. Het schijnt namelijk dat je stofwisseling langzamer wordt wanneer je stopt. Dat betekent dat deze sneller is wanneer je rookt, had ik zo bedacht. Sneller = beter (in de meeste gevallen, uitzondering die de regel bevestigen daar gelaten), toch?

Ok, een paar extra ponden (laten we het daar even op houden); dat moet toch op te lossen zijn?
Misschien toch maar weer meer gaan sporten. De volgende horde om te nemen, terwijl ik zit uit te puffen van het mentale sport stoppen met roken.
Wellicht een dieet? Bewust als ik ben, heb ik halfvolle kaas gekocht. Echter door mijn hernieuwde smaakzintuigen (fijne voordelen) was dit natuurlijk niet te pruimen; ook als ex-roker wordt je nog dubbel gestraft.

Wat is het antwoord op dit alles? Vrij simpel als je de media volgt: minder eten!

De ramp van het aankomen hebben wij echter zelf in de hand gespeeld, blijkt uit onderzoek. Overgewicht wordt een levensbedreigende zaak!
Ons instinct is er tienduizenden jaren mee bezig geweest om ons voortbestaan veilig te stellen door zoveel mogelijk calorieën tegen zo min mogelijk activiteit binnen te krijgen. Inmiddels, door alle mechanisatie en de constante aanwezigheid van voedsel, kunnen we ons instinct meedelen dat het is aardig gelukt.

Alleen hebben we ons gedrag er niet op aangepast. Stoppen met roken staat hier los van, ik ontkom er toch niet aan!

Vreemd genoeg hebben we dan toch nog steeds last van het slanke ideaalbeeld. Hoe kunnen we daar nou ooit nog aan voldoen?

Als toegift nog een mooie rookfoto.

DE MEESTER BLIJFT AAN TOP

Even tussendoor...
...deze twee voetbalmomenten wilde ik al een tijdje posten (over oceaanvreugde gesproken, of het ontbreken ervan), het verschil tussen
deze uitvoering van een legendarische penalty... Cruijff en Jesper Olsen... of, jaren later, Thierry Henry en Pires die het na willen doen maar heuh hooo er gaat iets mis....

Of: hoe een grootmeester gewoon een grootmeester blijft. Ook na jaren nog.

OCEAANVREUGDE

Er is een mooi boek uit: HET GROTE JUICHEN, De geschiedenis van het triomfvertoon in het voetbal. Geschreven door Henk-Jan Grotenhuis en Tim Duyff.
Het toont prachtig, met veel mooie foto's, een schitterende lay-out, en volgens mij is het boek erg goed geschreven (al ben ik nog niet zo ver).

Al meteen kwam ik een prachtig begrip tegen. Het gaat in het eerste hoofdstuk over hoe voetballers zich voelen na het scoren. De vergelijking met een orgasme ligt voor de hand, velen maken die ook, maar Marco van Basten noemde het eens: 'oceaanvreugde'.

Oceaanvreugde is blijkbaar een begrip uit de psychologie. Ik vind het een geweldig woord. De rijkdom van de taal biedt zich in alle breedte aan, want 'oceaanvreugde' vat alles amen. Niemand zal bij dit woord zeggen: Wat bedoelen ze ik snap het niet kunt u het in langere zinnen uitleggen.

Wanneer hebben wij niet-voetballers dat gevoel eigenlijk?
Het is dus iets groters als een geluksmoment door bijvoorbeeld de natuur, of door het zien van je kinderen. Oceaanvreugde heeft iets explosiefs, iets dat opeens over je heen spoelt en dat te breed en te groot is voor je wild om zich heen grijpend bevattingsvermogen.
Ja, de vraag is gerechtvaardigd: wanneer scoren wij eigenlijk?

Oog Appel (door Ivo)

Beste lezers,

excuses voor de afwezigheid van de gastblogger het afgelopen weekeinde.
Ik ervaarde (of ervoer) enkele problemen met mijn EYE-browser. Hij (of zij; wat denken jullie?) slikte mijn posts in en weigerde deze terug te geven! Na enkele verwoede pogingen ben ik tot de conclusie gekomen dat twee stuks fruit niet per definitie goed is voor je, zeker niet als het dezelfde zijn!

Na al deze geheimtaalexcusesmoezen nog even een kleine associatie.

Mijn oma gebruikte in plaats van het woord oogappel het woord apegatje (of apen-). Ik ben er eigenlijk altijd vanuit gegaan dat het min of meer hetzelfde betekende. Kent iemand deze uitdrukking? Mijn oma kwam uit Rotterdam (misschien verklaart dat iets).

Waar het om gaat, is dat ik er weer ben! Als vuurvos, vanaf nu...

Uw gastblogger,
Ivo

04 februari 2007

REISVERHALEN

Toen ik nog in Drenthe woonde maakte ik regelmatig lange binnenlandse treinreizen. Drie uur naar Rotterdam, tweeënhalf uur naar Amsterdam, en soms, héél soms gebeurde het dan: dat iemand zijn levensverhaal begon te vertellen.

Een paniekerige jongen vertelde me eens hoe bang hij was, omdat hij zijn pillen van thuis was vergeten. De pillen die hem zouden helpen niet bang te zijn. Maar hij kalmeerde al vertellend. Dat kon hij trouwens prachtig. Over zijn vader, over zijn criminele broer. Hij praatte en praatte, en opeens waren we er. In Assen. Vlak voordat we uitstapten kreeg hij van een oud dametje dat meegeluisterd had opeens iets in zijn handen gedrukt. 'Dit helpt altijd,' zei ze. Stomverbaasd keek hij wat er in zijn vingers lag. Een bijbeltje.

Een andere keer kwam er kleine Indische dame naast me zitten. Ze was liever dan lief. Ze zei dat ze in naam van haar overleden man naar een jaarlijkse bijeenkomst van oud-KNIL-militairen was geweest. En daarna begon ze te vertellen hoe lastig hun huwelijk geweest was. Eerst wilde ze niet aangeven waarom, en ik zei: 'Dat moet u ook niet doen, hoor. Iets vertellen dat u niet wilt vertellen.' En toen deed ze het toch. Het huwelijk was bijna ondragelijk omdat haar man zich schuldig voelde. Zijn hele leven lang. Hij had iemand doodgeschoten, ooit, in de oorlog. En daarna kon hij nooit meer aardig zijn. 'Het was een zegen,' zei de lieve mevrouw, 'dat hij overleed. Voor hemzelf. En voor mij.'

Ik schrok van haar verhaal. 'Wat een eer,' zei ik, 'dat u mij dit wilde vertellen.'
'Het was fijn,' zei ze, 'maar ik heb het u alleen verteld omdat ik u na deze reis waarschijnlijk nooit meer zal zien.'

Ze had gelijk.
Dit soort verhalen kunnen alleen maar verteld worden omdát je elkaar nooit meer ziet. Je hoeft elkaars namen er niet eens voor te weten.
Ik mis die reisverhalen wel eens, nu ik niet zo vaak meer lang in een Nederlandse trein hoef te zitten. Misschien moest ik toch maar weer in Drenthe gaan wonen.

03 februari 2007

BARBARO

Het paard op deze foto heet Barbaro. Zijn jockey is Edgar Prado. Heel Amerika praat over Barbaro, en ook een groot artikel in de NRC vertelde over zijn droevig lot.

Droevig? Ja.
Op 4 oktober 2005 maakte Barbaro zijn rendebuut, maar op 6 mei 2006 werd hij groot en beroemd omdat hij de zogenaamde Kentucky Derby won, de grootste paardenrace in de Verenigde Staten. (Klik de link hierboven en zie hem winnen!)

Maar twee weken later ging het mis. Bij een race veroorzaakte Barbaro een valse start door met zijn neus een starthekje te openen. Er moest iets mis met hem zijn. Dat was inderdaad zo: hij had zijn rechterachterbeen op drie plaatsen gebroken.

Normaal gesproken krijgt een renpaard dan een spuitje, maar zijn eigenaren besloten om hem te laten opereren en revalideren. Eerst leek dat goed te gaan, maar er kwamen complicaties (ontstekingen, meer operaties).

Inmiddels begon Amerika mee te leven. Een talkshowhost zei: 'Dat rotpaard is rijp voor de slacht,' en werd platgebeld door kwade kijkers.
Barbaro werd in het tijdschrift Sports Illustrated tweede bij de verkiezing van Sportman van het Jaar(!). En bijna 1,2 miljoen dollar werd overgemaakt door paardenliefhebbers, alles voor het herstel van Barbaro.

Maar het werd nog erger, ettergezwellen en grotere hoefproblemen. En dus moest Barbaro echt uit zijn lijden worden verlost. Afgelopen maandag was het dan zover, Barbaro werd, zoals men dat daar zegt, 'euthanized'.
De dierenarts verklaarde dat een renpaard een kaartenhuis is: als één ledemaat het begeeft, begint ook het instorten van de rest van het lichaam. En hij huilde.

In een van de condoleanceregisters op internet staat: 'De hemel lichtte op toen Barbaro er zijn opwachting maakte.'

En binnenkort verschijnt er een prentenboek. Titel? Barbaro: America's horse.

02 februari 2007

EDGE OF EXISTENCE

De meest geweldige website die ik de laatste tijd heb ontdekt is www.edgeofexistence.org.

Kort gezegd bevat deze website de honderd raarste dieren die met uitsterven worden bedreigd.

Ik las in de Kidsweek over deze lijst, en deze site, en iedereen moet er gaan kijken. Een groep Britse wetenschappers heeft de site gemaakt, en naast allerlei info over de dieren, binnenkort zelfs met videootjes erbij, staat er hoe bedreigd ze zijn, en wat er nog aan gedaan kan worden.

Maar de dieren!
Van dwergnijlpaarden en kangoeroespringmuizen naar bijvoorbeeld de slanke loris... (een aapsoort die als baby weg zou vallen tegen je duim).
Of het vingerdier, dat extra lange middelvingers heeft.
Of de hommelvleermuis die niet groter wordt dan 3 cm en 2 gram weegt.
TWEE GRAM!

Of och ach och de golden rumped elephant-shrew, oftewel de geelstuit-olifantspitsmuis. Een (zie foto) muisje dat op een olifant lijkt. En er zelfs van af schijnt te stammen!

We hebben een veel gezellig-freakerigere wereld dan we dachten.

ZJOEF DOET DE TIJD ZJOEF

Ik hou meer van januari dan van december. Vooral omdat januari, en februari in zijn kielzog, in mijn hoofd totaal wit en fris en licht is. En december donker en zwart en schmutzig. Akkoord, jan en feb zijn ook minder 'gezellig' dan dec, maar dat woord zette ik nou weer niet per ongeluk tussen aanhalingstekens. Het zijn trouwens geen aanhalingstekens, het zijn zwartgeblakerde lantaarntjes. Sorry voor deze flauwekul, straks post ik nog iets waarlijk zinvols, maar nu wilde ik alleen maar een foto van een kruispunt in Parijs tonen waar ik, als ik daar ben, om de hoek verblijf. Om te laten zien dat het nog maar heel kortgeleden december was. Hoewel de foto op 8 januari is gemaakt. Nog geen maand terug dus. Maar toch een eeuwigheid. Leve nu.

Mislukt (door Ivo)

Grote kans dat jullie ergens de afgelopen dagen een doorgestuurd mailtje hebben gekregen. Dat gebeurt waarschijnlijk zelfs regelmatig.

Grote kans dat jullie ook het mailtje hebben gekregen over het licht.
Als signaal 5 minuten het licht uitschakelen.
Het was zelfs in het nieuws!

In dit geval heb ik met mailtje gelezen en ook doorgestuurd. Ik heb zelfs aan de actie meegedaan.
Nou ja, mijn vriendin was hier fanatieker in en begon inderdaad vanaf half 8 maatregelen te treffen. Uit allerlei hoeken en gaten werden er waxinelichtjeshouders tevoorschijn getoverd en gevuld met en vers waxinelichtje.

Vervolgens werd het tijd en ging het licht uit.

Tja, daar zit je dan. Eigenlijk nog steeds even licht, vanwege alle waxinelichtjes.
Waar gaat het nu eigenlijk om, vroegen wij ons af?
Dus gingen we naar buiten, want daar gebeurt het! Dan zien we langzaam heel Utrecht doven. Dan zien we hoe massaal iedereen gehoor heeft gegeven aan de oproep. Dan zien we dat het milieu wel iedereen bezighoud.

Op straat ging er aan de overkant in een huis licht uit. Achteraf hebben we besloten dat het toeval was.
Heeft iedereen dan toch gehoord gegeven aan de oproep van Balkenende? Heeft-ie dan toch gezag? Of is het meer eigen belang, omdat niemand echt zit te wachten op een stroomstoring als gevolg van massale baldadigheid?
En dit allemaal vanwege het milieu!

De dag er na voelde ik me dus wel wat stom en misschien lachen jullie wel in je knuistje dat ik gister in het kaarslicht zat vanwege een doorgestuurde mail.
De krant had er een artikel over op voorkant. De actie was mislukt!

Hoe kunnen ze dat nou zeggen!

Niet alleen ik heb er aan meegedaan, maar ik dacht dat het wel voldoende aandacht gekregen had. Misschien verdient de uitvoering geen 10, maar het idee in ieder geval wel. Hoe kan het mislukken volgens anderen, want wie heeft dit bedacht? Misschien is dat wel degene die nu heimelijk in zijn knuistjes zit te lachen.

Kortom, ik ben teleurgesteld. Hoewel ik niet goed weet waarin.

01 februari 2007

Dingen (door Ivo)

Hoeveel posts mag/moet ik eigenlijk max. per dag? Dat vond ik nog wel een ding.

Wat ik ook een ding vind, zijn reclames.
De laatste tijd let ik met name op de teksten in de reclames. Dan bedoel ik de zinnetjes (eigenlijk meestal maar 1 zin, maar dan klein en heel kort in beeld) die in de verschillende hoeken van de reclame opduiken.
De mooiste van de laaste tijd vind ik:

'getest op 76 vrouwen'

en

'beweging gedramatiseerd'

AMSTELMOLENTJESMAN

Gisteren schreef ik over kinderangsten. Toen ik een klein beetje ouder was, raakte ik die angsten kwijt.
Maar op een avond was ik alleen thuis, en keek naar een programma van de Veronica Omroep Organisatie (VOO). Het ging over zaken van Gene Zijde. Het onderwerp 'bandstemmen' kwam aan de orde. Een man beweerde dat als hij ruis van de radio opnam, ruis van tussen verschillende frequenties en radiozenders in, er stemmen vanuit het hiernamaals te verstaan waren. Niet erg overtuigend natuurlijk. Totdat hij de opname van een Russische zangeres liet horen die zeer, zeer duidelijk, midden in een lied het woord 'AMSTELMOLENTJESMAN' zong. Met Amsterdams accent.
Bleek de geïnterviewde een poster aan de wand te hebben met een man die een toverlantaarn bedient - zo'n man werd ook wel 'molentjesman' genoemd. En dit gebeurde allemaal in Amsterdam...

Doodeng vond ik het. Echt griezelig. Náár griezelig. Terwijl ik voor griezelfilms totáál niet gevoelig ben, en toen ook niet was.

Ik bereidde dit weblogstukje voor en las opeens allerlei zaken over het bandstemmenfenomeen. Het is geweldig interessant. En ook aandoenlijk.
Het gaat dus om mensen die via elektronische weg stemmen van de doden denken te horen. Kort gezegd wordt er een opname gemaakt, gewoon met een microfooon, en bij het afspelen van de opname zijn stemmen te horen - stemmen die niet tijdens het opnemen te horen waren.
Een andere mogelijkheid is om te doen als de amstelmolentjesman: via de ruis op radiokanalen stemmen op te vangen.

De bandstemmenvastlegger stelt vaak een heldere vraag aan de doden, en soms komt er ook een helder antwoord terug. Volgens de bandstemmenvastlegger dan.

Men spreekt van A-stemmen (goed te horen), B-stemmen (geluiden die als stemmen geïnterpreteerd dienen te worden) en C-stemmen (op de rand van het menselijk gehoor en dus nauwelijks betrouwbaar).
Een erg grappige bijkomstigheid is dat Nederlandstalige bandstemmenvastleggers Nederlandse doden horen, en dat hun Duitse collega's alleen Duitse stemmen opvangen...

Ik heb me met veel plezier ingelezen. Een heel mooie introductie is een korte documentaire hierover op deze site van de lieve meneer Jean de Meulder.
En klik door naar de geweldig fascinerende voorbeeldenlijst. Inclusief geluidsfragmenten!!!!

Waar? (door Ivo)

Ben ik nou weer aan begonnen?
Zal ik nu weer beginnen?

Ineens ben ik gastblogger. Vind-ie me een held. Terwijl-ie zelf een held is!
Maar ja, helden - daar moeten we het later nog maar eens over hebben.

Dan die foto. Als je er op klikt, geeft het wel betekenis aan het woord schermvullend. Ik kijk (vind ik zelf) lichtelijk zuur. Dat komt omdat ik frons, danwek mijn ogen toeknijp. Tja, dat doe ik wel eens. Maar afgezien van een vlaag van zwartkijkerij, ben ik een opgewekt persoon (naar De Kift, over helden gesproken...).

Gastbloggen dus. Ik ben niet echt een schrijver. Althans niet echt een schrijverschrijver. Ik weet dus niet of ik dit kan. Een 'rijtersblok' ligt op de loer. Misschien. Ik merk dat ik tijdens het schrijven (typen) alle kanten op ga.

Gastbloggen. Waarover dan? Ik zit in het onderwijs, dus dat ligt voor de hand. Overigens is daar al genoeg over te doen in de media, wat zou maken dat ik me daar in ga mengen?
Het nieuws bespreken in een blog?
Misschien kan ik grote onderwerpen aansnijden, je weet wel van die levensvragen en zieleroerselen.

Wat mij betreft de kleine dingen. Die worden vanzelf wel groot. Van AH en Ikea, muziek, films, helden via onderwijs (want wat is nou geen onderwijs) naar de zin van het bestaan, of in ieder geval naar alles wat het leuk maakt...

Edward vroeg mij hoe hij mij zou voorstellen. Tja, waar begin je dan? Wat zijn nou de eerste dingen die je over jezelf gaat vertellen? Ik kan me herinneren dat in de film 'de zee die denkt' aan mensen op straat de vraag werd voorlegd: wat bent u?
(over grote onderwerpen gesproken)
Een vraag waar eigenlijk niemand mee uitkwam. En Edward vraagt mij hoe ik voorgesteld kan worden op zijn blog! Ik hoop dat het een beetje naar verwachting is, voor jullie allen. Ik ben vereerd en voel me welkom op de blog. Tot morgen.

31 januari 2007

KINDERANGSTEN

Ik had drie kinderangsten - drie uitzonderlijke, althans:

1. DE HAND. Ik had mijn slaapkamerdeur 's nachts op een kiertje staan, vanwege het invallende licht op de gang. En soms was ik dan doodsbang dat er EEN HAND om de rand van de deur zou verschijnen. Dat ik opeens nare vingers zou zien.

2. DE POP UIT DE POPPENKAST. Een tijdlang stond er een poppenkast opgesteld aan het voeteneind van mijn bed. Een prachtige kast, door mijn ouders zelf getimmerd en beschilderd. De gordijntjes moesten 's avonds per se dicht, want als ze open waren was ik bang dat uit de zwarte diepte achter de kast zomaar een van de poppen te voorschijn zou springen.

3. HAREN WASSEN. Dit was de heftigste en de langstdurende. Ik ben een tijd erg bang geweest voor het wassen van mijn haren. Niet voor het wassen zelf, maar voor het water dat dan om mijn hoofd stroomde. In het zwembad of in de zee durfde ik ook niet met mijn hoofd onder water. Maar dat haren wassen moest natuurlijk toch gebeuren. Alleen mijn moeder mocht dat doen, en dan moest ze nadrukkelijk mijn oren vrijhouden. Intussen hield ik een washandje tegen mijn voorhoofd, want dan stroomde het water ook niet over mijn ogen.

Wat ik nu zo vreemd vind: hoe kwamen juist deze angsten bij mij terecht? Waarom was ik totaal niet bang voor beesten onder mijn bed, voor spinnen, voor slangen etcetera?
Wat maakt dat een klein kind nu juist DIE angsten toebedeeld krijgt? Ik ben nooit bijna verdronken, ik heb geen nare ervaringen gehad met Jan Klaassens of Katrijnen, en er is geen enkele hand geweest die me ooit daadwerkelijk lastig viel.
Weet iemand een antwoord? Vorige levens? Het zal toch niet???

Vraag aan jullie: waar waren jullie als klein kind bang voor?

Trouwens: morgen blog ik over mijn raarste en griezeligste angst. Het heeft iets met Rusland te maken, met de VOO, en met molentjes...

En nog even dit poppenkastfilmpje. Ook beangstigend - maar op een andere manier.

Foto: Hermine Schneider

NIEUWE GASTBLOGGER: IVO!


Let me introduce to you...

Ivo de Wilde! Mens en man en nieuwe gastblogger!

Ik ken Ivo al sinds 1987. Destijds zat hij als 8-jarige in een van mijn eerste, en in een van mijn bijzonderste klassen. Ik was een erg beginnende onderwijzer en Ivo een geweldige jongen die ik twee jaar in de klas hield, want ik ging 'met de klas mee' van groep 5 naar groep 6.

We zijn nu alweer vele jaren vrienden. Ivo is inmiddels 27, en docent en coordinator op een... pabo!
Hij woont in Utrecht, schrijft een eigen weblog over een project op zijn pabo (het maken van een eigen soap!) -
hier te lezen - en nu dus twee weken lang ook hier!

Ik ben trots!

30 januari 2007

Adieu (door Marieta)

Zoals aan alles, komt nu dus een eind aan mijn schrijverij. Met dank aan mijn zoon, die mij hiervoor vroeg. Veel verschillende onderwerpen zijn de revue gepasseerd. Het was leuk om te doen en ik hoop dat mijn georganiseerde woordenrommeltje ook leuk was om te lezen. Hartelijk dank aan iedereen die reageerde, maar mijn speciale dank gaat uit naar de allereerste reageerder die schreef: “als ik een beelddenker was zag ik je nu met een kroon op het hoofd, in een beeldig witte jurk, met lang blond haar” en vooral die zucht die er achteraan kwam….ik voelde me zeer gevleid, Marc.
Kalligrafie is niet ter sprake gekomen, dus deze laatste keer een voorbeeld daarvan met tegelijkertijd een welgemeende wens! (Iets te klein uitgevallen, jammer genoeg, maar nog net te lezen.)
En tot slot:

Adieu, wij moeten
elkander groeten
adieu, vaarwel,
tot wederziens!

ZIJ

Het kan elk moment gebeuren: het bekendmaken van het nieuwe regeerakkoord tussen CDA, PvdA en CU, en vervolgens de samenstelling van de nieuwe groep ministers. Ik heb hoop dat het nieuwe kabinet meer vertrouwen uit zal stralen, meer leiderschap ook, en vooral meer warmte.

Het tij is er natuurlijk ook naar om niet alles meer als 'puinhoop' te zien, en niet steeds maar over het afgrijselijke woord 'broekriem' te praten, maar ik denk dat er in het nieuwe kabinet toch zeer belangrijke benoemingen kunnen worden gedaan.

Ik hoop dat Wouter Bos minister en vice-president zal worden, ook al omdat de PvdA dan zou kunnen profiteren van een nieuw gezicht, namelijk een nieuwe fractievoorzitter, waardoor het 'aangezicht' van de PvdA wat breder wordt. Maar ook omdat ik denk dat Bos een consciëntieus, eerlijk en hardwerkend man is.

Daarnaast hoop ik ook op André Rouvoet als minister. Een denker, en een Christen die openstaat voor de wereld.

En o, wat zou het mooi zijn als Guusje ter Horst minister werd, én Gerda Verburg van het CDA. Dat lijken me bijzondere vrouwen.

Maar het meest reikhalzend zie ik uit naar - uiteraard - Ahmed Aboutaleb als minister. Het liefst op een zeer belangrijke plek. Hoog. Positiebepalend.

29 januari 2007

DE LAATSTE DAG

Morgen is het alweer de laatste dag van het gastblogschap van mijn moeder. Ik hoop dat jullie haar bijdragen met plezier hebben gelezen, maar ik weet het haast wel zeker. In elk geval heb ik ook allerlei nieuwe dingen over haar gelezen!

Ik kan het iedereen aanraden: wil je meer van je ouders weten?
Zet een weblog op en nodig ze als gastbloggers uit.

Jammer genoeg zullen we nog maar één stukje lezen, morgen dus. Mam, dankjewel voor je mooie stukken, en tot nog vaak reageers hier op het blog...

HET BLIJBEDRIJF

Adoeeeeeeeeee de wereld is al chagrijnig genoeg........ Kan er wat beheerste gekte vanaf?

Elena Simons (o.a. schrijfster van het boek 'Pret met moslims') en Tarik Yousif zijn samen WONDER (zie hier hun website: www.wonder.nl) en ze hebben eerder al bijzonder initiatieven ontplooid als DE BURGERBUDDY (een burger die een ambtenaar of politicus adopteert voor een half jaar om deze bij te staan in het harde werk voor het land), zie ook weer: www.burgerbuddy.nl,
en RENT-A-MOSLIM,
maar nu zijn zij het BLIJBEDRIJF gestart.
Ze verzinnen en organiseren acties om mensen blijer te maken. Kijk eens op www.blijbedrijf.nl
en eh... ja... ondersteun!

Opnemen (door Marieta)

Als ik mijn hobbyruimte binnenstap valt mijn oog meteen op de cameratas, waar ik mijn camera in weet. Deze videocamera (Canon XM-1) heeft aardige afmetingen zodat ik een hele tijd heb gezocht naar een handzame verpakking. Toen kwam er een ander soort tas in huis. Een hoge tas waar een dure fles met het een of ander in paste, daarnaast twee vakjes voor speciale glaasjes erbij. Laat dat nou de ideale tas zijn voor mijn camera! In de zijvakjes de oplader en de verschillende batterijen. Voorheen was dat geen probleem. Ik had meestal een Sony handycam van gangbare afmeting, maar als je wat meer wilt met filmen en een iets professioneler camera aanschaft, kom je ook de meeneem-problemen tegen.
De camera is jarenlang meegereisd wanneer wij als echtpaar reisleiders waren voor een groep van zo’n 40 mensen naar verschillende landen. Ik filmde dan ook voor de reisorganisatie zodat ze materiaal hadden als presentatie voor volgende groepen naar hetzelfde doel. Uiteraard moest de film dan wel gemonteerd worden. Die reisfilms monteerde en vermenigvuldigde ik wanneer de deelnemers graag een kopie wilden hebben.
Mijn montagesysteem was en is (nu) een Casablanca Prestige, die niet via de PC werkt. Wanneer je digitaal opgenomen films bewerkt, kan dit apparaat ook meteen een DVD branden. Vandaar ook dat ik een andere camera aangeschaft heb. Het nadeel is dat zo’n gemonteerde film niet langer dan 20 à 25 minuten mag duren, anders is er geen bewerkingsgeheugen genoeg om de film op DVD te branden. Sinds kort heb ik een computerprogramma geïnstalleerd, nl. Studio 9 van Pinnacle. Ik heb er nog niet mee gewerkt dus kan ook niets daarover zeggen.

Wij leiden nog steeds reizen, maar meestal naar dezelfde bestemmingen, zodat de camera niet zo vaak meer meegaat. En veel deelnemers filmen ook zelf. De vraag is niet zo groot meer.
Daarbij komt dat zo’n camera meesjouwen ook nadelen heeft. Hij moet overal mee in die bewuste tas dus en je voelt je eigenlijk verplicht om te filmen wat je ziet.
Soms is filmen ook wel eens makkelijk, want je kunt ook min of meer ‘wegkruipen’ achter je camera of juist wat brutaler optreden (moet je wel leren in het begin) in sommige gevallen, want als filmer mag je op plaatsten gaan staan waar je anders niet zou zijn gaan staan. Denk bijvoorbeeld aan prijsuitreikingen.
Nu denk ik er sterk over om een tweede camera ernaast te kopen die in je zak past. Geen gesjouw, niet instellen, gewoon gauw wat opnames maken. Ik betrap mezelf er namelijk nogal eens op dat ik denk: dit is mooi, dit wil ik vasthouden, had ik nu mijn camera maar bij me! Maar ik twijfel nog over wat de beste is in mijn geval. Maikel en Lennart, hebben jullie een advies?

Waar werken met twee camera’s ook goed voor is wanneer je bijvoorbeeld een muziekgroep opneemt. Eén camera wordt op een vast punt opgesteld, met de andere maak je bijvoorbeeld opnames van de spelers apart die dan later ingelast kunnen worden. Enkele jaren geleden had ik als opdracht de plaatselijke harmonie een jaar lang te volgen omdat die club 100 jaar bestond. Het hele jaar heb ik dus al hun activiteiten gefilmd en er een film van gemaakt van ongeveer 1½ uur.

Een nieuw onderwerp is het laatste jaar opgedoken in de vorm van een kleindochtertje. Over haar eerste levensjaar heb ik een filmpje gemaakt en ben van plan dat te blijven doen. Dat is veelal nog binnenwerk, maar straks gaan we meer naar buiten en is zo’n kleine camera ook wel handig, lijkt me.
Het is een lang verhaal geworden, maar het onderwerp vergt nogal wat uitleg.

28 januari 2007

HOE HET IS EEN PRIJS TE WINNEN - LIVE!

Een van de geweldigste jeugdboeken die ik ooit las is HET GROTE MISSCHIEN, het debuut van John Green. Met dat boek won Green vorig jaar de Michael Printz Award, de meest prestigieuze prijs voor jeugdboeken die je in de Verenigde Staten kunt winnen.
Onlangs verscheen zijn tweede boek, AN ABUNDANCE OF KATHERINES, dat gelukkig elk moment in het Nederlands kan uitkomen, bij Lemniscaat (als 19 KEER KATHERINE).

Maar John Green is ook groots in zijn weblog. En in zijn videolog!
Want sinds kort houdt John samen met zijn broer Hank Green elke dag een soort filmpjes-competitie onder de titel BROTHERHOOD 2.0. Via Greens site www.sparksflyup.com is dat allemaal dagelijks te volgen.
Heel hilarisch, en verslavend, en vaak grote flauwekul.

MAAR vorige week hoorde Green dat hij dit jaar wéér op de lijst van de Michael Printz staat, hij kreeg een honor-vermelding, zoiets als een zilveren award (er zijn er 4 van, en er is 1 gouden winnaar, dit jaar dus iemand anders).
In elk geval was zijn vrouw zo slim om hem te filmen terwijl hij aan de telefoon hoort dat hij de prijs wint.

Het is geweldig om te zien, en ja, voor iedereen die wil weten hoe het is om te horen dat je een prijs hebt gewonnen: het gaat precies zo.

Het filmpje begint overigens met een zeer grappig T-shirt, dat John van zijn broer opgestuurd heeft gekregen. Lees de tekst (zo'n T-shirt wil ik ook!). Maar het gaat dus om eventjes daarná. Klik en kijk hier...

(En haal John Greens boeken. Snel!)

GELUKKIGE PLEKKEN

Op de foto een van mijn favoriete plekken in Parijs (niet om op te scheppen over Parijs, ik ben er nu eenmaal vaak, het leven wandelde die kant op).

Ik werk graag in cafeetjes, in restaurants. Ik koop m'n koffie en gebruik de tijd die ik win door langzaam te drinken, om in m'n schrijfschriftje te schrijven, of uit het raam te staren en na te denken.

Een van de fijnste plekken is het cafeetje dat bij de grote MK2-bioscoop bij de bibliotheek François Mitterand hoort. Ik kijk vanuit het café namelijk op het prachtige plein op de foto. En als het dan een beetje begint te schemeren gaan de lampen aan in het schitterende kantoorgebouw...

Ik denk niet dat natuur ooit in de biochemische samenstelling van ons hoofd als rustgever nummer één vervangen kan worden , maar dit soort doordachte stadsarchitectuur doet het toch ook niet slecht.

Hoe zit dat? (door Marieta)

Verleden week kreeg ik de volgende vraag in de pauze van een juf van de school waar ik werk: Rieta, jouw zoon staat bekend als auteur van literaire kinder- en jeugdliteratuur. Jij kan mij vast wel uitleggen wat dat is. Wat is dat literair nou precies?
Eerlijk gezegd kon ik daar geen duidelijk antwoord op geven. Maar nu ik gastblogger of is het gastblogster?) ben op het weblog van zo’n schrijver en daar meer schrijvers ontwaard heb, ga ik een antwoord vragen. Wie geeft mij in één zin een duidelijk antwoord op:

Wat is literaire literatuur?

En nou niet verwijzen naar het woordenboek, want wat moet ik met een antwoord als: letterkunde? Iedereen die kan lezen en schrijven is toch kundig letters te gebruiken, al of niet met fouten?
Of: geschriften over een bepaald onderwerp? Dus als ik een verhaaltje schrijf over mijn tafelblad is dat literatuur? Zo eenvoudig is het antwoord niet, denk ik.
Maar wie bepaalt dan of een tekst of een boek tot de literatuur gerekend wordt. Is dat de uitgever of de schrijver zelf of een speciaal comité of misschien zelfs de lezer?
Waarom is een boek als “Snuf de hond” geen literatuur en “Ik wou dat ik anders was” wel?
Waarom zijn romantische verhalen uit de Boeketreeks geen literatuur, maar “Knielen op een bed violen” wel?
En welke norm(en) legt die beoordelaar dan aan?
Heeft dat te maken met het onderwerp? Waar gaat het over? Moet het een ‘moeilijk’ boek zijn?
Of heeft het te maken met taalgebruik? Moeilijke woorden gebruiken, zelfbedachte nieuwe woorden misschien?
Of heeft het te maken met de opschrijfmanier? Lekkere lange plakzinnen gebruiken bijvoorbeeld, of juist kort, bondig en eenvoudig schrijven zodat je het boek makkelijk weglegt en ook weer oppakt?
Kan het zijn dat er gevoel en emotie in verwerkt moeten zijn, meer naar de psychologische kant dus, zodat we in de ziel van de hoofdpersoon kunnen kijken?
Of moeten er wetenschappelijke uiteenzettingen in voorkomen van mensen die gestudeerd hebben aan een of andere universiteit?
Het kan ook te maken hebben met een bepaalde tijdsperiode waarover geschreven wordt. Gaat het over historie of over hedendaagse ‘hete’ onderwerpen?
Heeft het misschien te maken met de levensduur van zo’n boek? Is het een ‘blijvertje’ of niet?
Jullie zien het, ik heb hier meer dan 20 vraagtekens getypt, dat geeft mijn onwetendheid aan. Wie helpt mijn onkunde tot (letter)kunde maken?

DE LETTERBAK EN ANDERE ZAKEN

Een van de best bijgehouden blogs die ik ken is www.jeugdsentimenten.net. Op deze website is van alles te vinden dat dertigers, veertigers, vijftigers, zestigers van vroeger weten, eigenlijk vergeten waren en toch elk moment weer op kunnen laten duiken voor hun (mooi woord) geestesoog.

Voorbeeld: de letterbak.
Volgens mij had vrijwel elk huishouden zo'n gedrocht, zo'n wanmaaksel, zo'n vakjesding, zo'n bruin nepdimensionaal flauwekulbewaartoestel - zie foto.
Wat moest je erin zetten? Rare kleine zooitjes. Gekrompen onzin.

Maar álgeméén verspreid, tsjeeeeeeeeeeeeeeeempie.

Ik was de letterbak vergeten totdat 'ie een paar jaar geleden weer opdook in een gesprek. In een geweldig absurd gesprek. Het was in een restaurant en de held was een spreker van tien jaar oud.
We zaten raar te doen over de ober die maar niet wilde glimlachen. Maar toen hij wel wilde glimlachen besloten we hem mee naar huis te nemen. Zegt die jongen van tien: 'We kunnen hem wel verkleinen. Dan kunnen we hem makkelijker vervoeren.'
'Oké,' zei ik, 'en wat doen we thuis dan met hem?'
'O,' zei de tienjarige, 'thuis zetten we hem in de letterbak.'

Is het overbodig te melden dat deze tienjarige het briljante neefje was van niemand anders dan ex-gastblogster Bibi Dumon Tak?

27 januari 2007

Een andere wereld (door Marieta)

Op een vroege, frisgeërfde ochtend liepen we naar de ingang van de historische stad Petra, in Jordanië. Na een stoffige wandeling (mijn vrienden waren er met paarden naartoe gereden) ontmoette ik hen weer bij het begin van de toegangskloof, de Siq. Wandelend door deze enkele meters brede Siq vielen we van de ene verbazing in de andere. Aan weerszijden hoge rotswanden van prachtige en kleurige soorten gesteenten in geel en rood en alle tinten daartussenin waar op enkele plaatsen nog een vijgenboom groeide in de spleten. Hier en daar kon de zon tot op de bodem schijnen maar grote gedeelten lagen in de schaduw. Halverwege de kloof die ongeveer een kilometer lang is, keek ik omhoog. Daar, helemaal bovenop een rotspunt zag ik het silhouet van een vrouw in kleermakerszit. Ze keek naar beneden in de kloof. Zag ze daar al die nieuwsgierige toeristen? Wat zou ze nu denken, schoot het door mijn hoofd.

Aan het eind van de kloof kwam de grote verrassing: we stonden recht voor een in de rotsen uitgehakte gevel van een soort tempel die tot bijna bovenaan de rotsen reikte. De bedoeïenennaam is: de schatkamer van de Farao. Een overweldigend beeld. Maar dat was nog maar het begin van de oude stad Petra. De mensen die daar vroeger woonden leefden in grotwoningen. Het was een handelsvolk, de Nabateeërs. Veel van die woningen bestaan nog steeds, al zijn ze niet meer bewoond.
We hadden al een heel stuk bewonderend gelopen over het steenachtige pad toen ons oog werd getroffen door een naam op een boek dat op een tafeltje lag: Geldermalsen. Aangezien wij dicht bij deze plaats wonen viel die naam onmiddellijk op.

Het bleek een boek te zijn, geschreven door ene Marguerite van Geldermalsen. Er stond een jongen van een jaar of zeventien bij het tafeltje die uitstekend engels sprak. Uiteraard vroegen wij hem waarom hij daar stond met dat boek.
Hij bleek een zoon van Marguerite te zijn die haar boek wilde promoten. Zijn moeder vertelt daarin hoe zij, een Nederlands Nieuw-Zeelands meisje van 20 jaar een wereldreis maakte met een vriendin, de stad Petra bezocht, verliefd werd op een Bedoeïenenman, met hem trouwde en met hem en hun gezin meer dan 20 jaar woonde in de eeuwenoude grotten van Petra.
Bij thuiskomst hebben we het boek aangeschaft, gelezen en genoten van een uniek achtergrondverhaal bij de historische stad Petra.
Was zij misschien de vrouw geweest die bovenop de rotspunt gezeten ons daar in de Siq observeerde?

26 januari 2007

Muziek.... (door Marieta)

In de tijd dat ik opgroeide, was het vrij normaal wanneer er een orgel, oftewel een harmonium in huis was. Zo ook bij ons en ik ben mijn ouders nog altijd dankbaar dat ze mij les hebben laten nemen, al op jonge leeftijd.
Ik leerde natuurlijk noten lezen, en met cijfertjes boven de noten wist je ook precies waar je je vingers moest zetten. Ik leerde de akkoorden en kon daardoor later ook uit mijn hoofd spelen. Door die stevige basis was piano ook te doen. De aanslag was wel heel anders, maar het blad met noten zag er net zo uit.
Een accordeon van een vriend was ook niet zo heel moeilijk. Het toetsenbord was hetzelfde. Het was een kwestie van techniek oefenen.
De akkoorden op de gitaar, die ik kreeg van een tante, waren ook makkelijk te herkennen. Alweer een kwestie van oefenen dus.
Toen kwam het elektronische orgel in de mode. Wat hadden veel mensen zo’n ding in huis. En het was fantastisch, je hoefde niet meer zelf te trappen. Ook in ons jonge gezin kwam er een. De kinderen kregen les, want als basis was dat heel goed, was mijn ervaring.
Ik speelde nog steeds ook zelf, maar wilde eigenlijk erg graag iets meer. Er kwam een groter orgel met volledig pedaal. Geweldig! In die tijd heb ik zelfs eens gespeeld op het orgel in de kathedraal van Perugia in Italië.

Toen kreeg ik een citer in handen. Een snaarinstrument met een fijne klank. Ook dit instrument leerde ik bespelen binnen niet al te lange tijd dank zij mijn muziekkennis.
Het grote orgel werd een sta-in-de-weg en ik speelde nog maar weinig. Het werd ingeruild voor een keyboard. Daar kon je veel mee! Instrumenten imiteren, automatische begeleiding erbij enz. Maar na verloop van tijd vond ik dat toch wel wat blikkerig vergeleken bij de orgels die ik had gehad. Gevolg: Ruim een jaar geleden is er weer een oud harmonium in huis. Een prachtig meubel van meer dan 100 jaar oud en met een warme orgelklank. De cirkel is rond!

En nu komt het gekke: de eerste keer dat ik erop speelde nam ik een vrij snel stuk met een ingewikkelde vingerzetting dat ik jaren geleden veel gespeeld had en het leek net alsof mijn vingers een geheugen hadden; het speelde zo lekker en vlot weg alsof er geen jaren tussen hadden gezeten.

Muziek is nooit ver weg geweest. Ook al speel(de) ik maar als een amateur, het hielp in boosheid, (lekker hard spelen) bij verdriet (al spelend de tranen laten druppelen) maar ook bij vrolijkheid (als onderstreping).

EEN BELOFTE

Ik las in de Volkskrant een interessante column van nota bene Marcel van Dam.
Hij zet een paar klachten van de Nederlandse bevolking op een rijtje, o.a.
- alles is duurder sinds de euro
- er is meer criminaliteit
- de verzorgingsstaat brokkelt af
- werk verdwijnt naar het buitenland
- onze kinderen zullen het zwaarder hebben dan wij
- er is een steeds grotere terrorismedreiging.

En dan laat hij zien dat al deze zaken niet waar zijn.

Ze zijn gewoon niet waar! De bevolking is gegroeid, maar de criminaliteit is MINDER dan 25 jaar geleden! Er komt meer werk bij dan er verdwijnt! In de jaren zeventig waren er in Nederland en Europa meer terroristische aanslagen dan nu! En zo weerlegt Van Dam nog even door.

Waarom dan toch die somberte? Mede door het groeiend aantal media dat we tot ons nemen. Als je op zes verschillende plekken (eigen krant, gratis krant, internet en tv of radio) over hetzelfde vreselijke misdrijf hoort, denken onze hersens vaker aan criminaliteit.
Bovendien zegt Van Dam dat politici, willen ze een groot publiek bereiken, mensen emotioneel moeten raken. Bang maken is dan een beproefde methode.

Ik stel het hier allemaal wat sneller en simpeler voor dan Van Dam deed, maar de hoofdboodschap blijft: veel van ons geklaag is onterecht. De toekomst zou wel eens een grotere belofte kunnen zijn dan we nu denken.
Eh.
Tja.
Optimisten have more fun.

25 januari 2007

Zingen..... (door Marieta)

In de cursusjaren van Kalligrafie had ik een “maatje” Petra. Petra en ik rookten graag een sigaretje of twee in de pauze. Zij ging naar een andere dag voor de lessen en we verloren elkaar uit het oog. Enkele jaren later ontmoetten we elkaar weer bij een inhaalles. Een gezellig weerzien maar met één verschil: Petra was gestopt met roken en vermeldde dat met: Ik kan weer zingen! En dat maakte mij jaloers. Ik kon ook niet meer zingen door het roken.
Zingen had altijd een deel van mijn leven uitgemaakt.

Toen ik in de basisschoolleeftijd was en in Den Haag woonde, werd ik eens meegenomen door een vriendinnetje naar een speciale zangles. De juf daar liet ons de gewoonlijk gesproken zinnen zingen. Ik kreeg de opdracht om een appel te gaan kopen op de markt. Dat was vreemd en ik moest wel even over een drempeltje heen. Maar ik deed het wel. Zoiets als:

Het was zo’n bijzondere ervaring dat ik mezelf nu nog voel in die situatie: ongemakkelijk maar moedig meezingend.

Op de basisschool werd veel gezongen. Gewone versjes, maar we moesten ook elke week een couplet leren van een psalm of gezang. En later op de MULO hadden wij een fantastische zangleraar die ons met diverse liederen in een andere taal liet kennismaken.
Als kleuterleidster had ik tot taak om tenminste wekelijks één liedje aan te leren. Met de kleuters werd altijd heel veel gezongen. We kregen daar aparte zangles voor.
Hoe kom ik op dit onderwerp?
In de krant stond een berichtje: Kleine mensen worden groot door met elkaar te zingen en te dansen. En enkele weken geleden las ik ergens: Zing toch alsjeblieft dagelijks met baby’s en kleuters. Het is zo belangrijk voor later.
Kinderen vinden zingen leuk, maar tegenwoordig zingen ze veel na van popmuziek, spontaan zingen is er niet veel meer bij. Op Pabo’s wordt er niet zo veel aandacht meer aan besteed, naar wat ik hoor. En volwassenen zingen nog wel, maar veelal als hobby in een koor.
Zomaar spontaan een liedje zingen doen we niet veel meer en zeker niet in het openbaar. Wij kijken op als iemand ons passeert die zomaar zingt.
De ouderen van vroeger zingen nog veel uit hun hoofd, denk maar aan de Hollandse liederen en de meezing-smartlappen. Zo’n avond met herkenbare liedjes meezingen, liefst met een accordeon, slaat altijd aan. (Ik ben het met Edward eens dat uit je hoofd leren om er later gebruik van te kunnen maken heel waardevol is. Ook mij spelen regelmatig zinnen en gezegdes door het hoofd die dan passen in een bepaalde situatie.)
Wat zou er gebeuren wanneer iemand zomaar iets zou gaan zingen op straat. Bijvoorbeeld “Het kleine café”. Zou je mee gaan zingen? Zou er een groot straatkoor ontstaan waarvan de deelnemers na het lied weer gewoon hun weg vervolgen met een voldaan gevoel? Even een stukje saamhorigheid via zingen? Stel dat we dat heel gewoon zouden vinden over de hele wereld. Geen onbaatzuchtigheidstoestanden nodig, gewoon zingen! Zou je kunnen zingen terwijl je schiet op je tegenstander. Nee, dat lijkt me niet. Bush zou geen extra troepen hoeven sturen naar Irak maar gewoon midden op straat in Bagdad gaan staan zingen. Hiep hoi, vrede door zingen.

HET VERSCHIL (2)


Hadden we het over tegengif? Hadden we het over verschil? Ja, daar hadden we het over.

Het bovenstaande voetbalteam is een van de elftallen van de Fugees. De Fugees uit Clarktown, niet ver van Atlanta, USA. Fugees staat voor Refugees, want in dit stadje zijn er veel vluchtelingen. En vluchtelingenkinderen. Er is voor hen een 'boys soccer program' opgezet en de mevrouw op de foto is een van de vrijwilligsters - de trainster.
De jongens komen zoals ze daar zeggen de 'most troubled corners of the world' — Afghanistan, Bosnië, Burundi, Congo, Gambia, Irak, Kosovo, Liberia, Somalië and Soedan.
Sommige jongens hebben hun vader vermoord zien worden, anderen hebben tijden in vluchtelingenkampen gewoond, of zijn maanden onderweg geweest, maar nu zijn ze legaal, erkend als vluchteling, en doen ze in elk geval af en toe dat waar ze lol in hebben: voetballen.

De coach heeft een lijstje met regels opgesteld:
I will have good behavior on and off the field.
I will not smoke.
I will not do drugs.
I will not drink alcohol.
I will not get anyone pregnant.
I will not use bad language.
My hair will be shorter than Coach’s.
I will be on time.
I will listen to Coach.
I will try hard.
I will ask for help.
I want to be part of the Fugees!

en de jongens tekenen een contract voordat ze komen oefenen.

Maar nu is er een probleem. En dat probleem is de burgemeester van Clarktown. De jongens trainen in het grote stadpark, maar de burgemeester - die vast binnenkort herkozen wil worden - heeft het voetballen in het park verboden. Met groot en snorrenstreng vertoon. 'There will be nothing but baseball and football down there as long as I am mayor,' zegt burgemeester Lee Swaney, gepensioneerd eigenaar van een bedrijf dat air-conditioners maakte. 'Those fields weren’t made for soccer.'

Hij heeft ook een mooie naam voor de vluchtelingen in zijn stad. 'The soccer people'.

Misschien is deze burgemeester de eerste op wie onbaatzuchtigheidsinjecties moeten worden toegepast? Of zou airco op zijn hersens al voldoende zijn?
The owls are not what they seem.

24 januari 2007

HET VERSCHIL


Ik zag de laatste dagen twee mooie films waarin de relatie tussen 'Leven' en 'Literatuur' aan de orde kwam. In STRANGER THAN FICTION worstelt een schrijfster met de vraag of ze haar hoofdpersoon kan laten sterven in haar boek, en in THE HISTORY BOYS (foto) verdedigt een leraar 'Algemene Zaken Die Iets Met Cultuur Te Maken Hebben' het uit het hoofd laten leren van gedichten, liedjes en gedeeltes van toneelstukken.
Zijn leerlingen zeggen: 'Maar al die teksten gaan over dingen die we niet begrijpen, en die we nog nooit hebben meegemaakt...'
'Klopt,' zegt de leraar, 'en dat is ook de bedoeling. Ze zijn een tegengif. Je slaat ze nu op, en als je wél in de onforuinlijke situatie komt waar de gedichten over gaan, dan heb je je geneesmiddel bij je.'

Literatuur als tegengif. Hoofdpersonen als mensen in je buurt die het verschil kunnen maken.

Ik wil erin geloven, en ik geloof er ook in.
Het mag ouderwets zijn, droog, onopgepompt en slecht gemaquilleerd, maar in mijn eigen leven hebben zinnen uit literatuur, liedjes en films me al menigmaal richting gegeven.
'Zo 't komt, zal 't moeten komen' bijvoorbeeld, uit het hier al vaker aangehaalde liedje ZO 'T KOMT van Wim Hogenkamp.
Maar ook een zin uit Twin Peaks.
Twin Peaks ja. Het is niet zomaar een serie geweest die mooi en goed was en met actrices en acteurs om verliefd op te worden. Want dit zei Dale Cooper keer op keer: 'Every problem contains its own solution'.
Ook daar wil ik in geloven, en ik geloof er ook in.

Algemene waarheden misschien, maar ze hebben een verhaal, een formulering nodig om ons steeds een tik terug te geven als we om dreigen te wankelen. Verbeelding. Tegengif. Onderwijs. Verschil.

Uilenpark (door Marieta)

(Niet geschikt voor spinnetjes reddende mensen.)

Dichtbij waar ik woon is een jonge man enkele jaren geleden begonnen met vogels houden. Hij woont ergens in een stukje bosachtig gebied langs de Linge in het ouderlijk huis. Zijn vader, een onderwijzer, hield siervogeltjes als hobby, maar Robert begon met uilen naast de erfenis aan vogeltjes van zijn vader.

Tussen de boomstammen verschenen allerlei bouwsels met daarnaast open stukken met gaas en netten eromheen. Maar het bleef niet bij uilen. Er kwamen arenden, gieren en meer roofvogels bij. Maar ook soorten ooievaars, kraanvogels, zwanen en andere zwemmers. Het geheel werd langzaam uitgebreid met stinkdieren, een wasbeertje, lama’s. Zijn laatste aanwinst is wel een grote stap ineens: twee kamelen waarvan er één al snel een klein kameeltje ter wereld bracht. Om alles te kunnen bekostigen laat hij sinds enkele jaren bezoekers toe tegen een klein prijsje. Hij krijgt hulp van een aantal vrijwilligers.

Van het bestaan van dit ‘Uilenpark’ zoals het genoemd wordt, wist ik af, maar ik was er nog nooit zelf geweest. Eind augustus kwam het er toch van. Wat een ervaring. De dieren zijn zoveel mogelijk in een natuurlijke situatie te zien. Er zijn paden gemaakt, maar gewoon met houtsnippers en soms planken. Ergens op een pad staat een bordje: Pas op, overstekende kangoeroes.

Je kunt sommige dieren dus tegenkomen. Aan de buitenkant van het terrein is een grote weide. Daar lopen de kamelen. Ze verslinden hele broden, die Robert krijgt van de plaatselijke bakker. Het is een heel avontuurlijke tocht, daar in dat uilenbos. Aan het eind kijk ik even door de open deur van een schuur. Tegen de wand allemaal kleine hokjes op en naast elkaar waar diverse eieren uitgebroed worden. Op mijn vraag wat dat is antwoordt Robert eerlijk: "Dat is voedsel voor de roofdieren. Die eten alleen maar vlees in het wild en dus ook hier." "Maar", zo voegt hij er troostend aan toe, "we maken die muizen en vogeltjes wel eerst dood hoor."

Als je die hokjes ziet en weet dat die diertjes alleen gefokt worden om tot voedsel te dienen, komt dat aan de ene kant schokkend over, maar wanneer je je verstand gebruikt weet je, dat het in de natuur ook zo toegaat, alleen realiseren wij ons dat niet altijd. Robert is daar heel open over. De dieren die wij bewonderen zijn zijn verantwoordelijkheid en hij doet dat zo goed en natuurlijk mogelijk. Hoe zouden ze dat in de grote dierentuinen doen?

23 januari 2007

ONBAATZUCHTIGHEID, RIGHT THERE


Vandaag las ik dit:
Wetenschappers hebben het deel van de hersenen gevonden dat verantwoordelijk is voor onbaatzuchtig gedrag. Door middel van hersenscans, vragenformulieren en computerspelletjes wisten de onderzoekers van het Duke Medical Center in de Amerikaanse staat North-Carolina te achterhalen welke kronkel van de hersenen actief wordt als iemand vaak altruïstisch gedrag vertoont.

Een klein berichtje. Een miniem berichtje. Een berichtje van niks.
Maar heeft dan niemand door hoe dit de wereld zal veranderen?

Er komen nu onbaatzuchtigheidspillen!
Er komen nu onbaatzuchtigheidsmassages!
Er komen nu onbaatzuchtigheids-hersenoperaties!

Nee, niemand heeft dit door. Alleen wij. Hier op dit blog. Laten we alvast een feestje vieren om dit geweldige nieuws te verwelkomen.
Dat klinkt ironisch, maar eigenlijk meen ik het wel. Want stel dat de onbaatzuchtigheid vanaf nu op welke manier dan ook écht te stimuleren is?

Dan zou,
ik zeg zou,
heel misschien
de wereld a better place kunnen worden.
(Zoet gezang van M. Jackson on this one)

Kunnen Hillary Rodham-Clinton en Rudolph Giuliani, nu het nog op tijd is, niet alvast behandeld worden?

Verdorie, alweer de draak gestoken. Maar stel, stel, stel dat het ECHT kan? Altruïsme kunstmatig vergroten?

R E V O L U T I O N !

Desillusie.... door Marieta

Gisteren moest de tinverzameling nodig een beurtje hebben, vond ik. Al kuisend (wat een mooi woord is dat toch) gingen mijn gedachten terug naar de eerste keer dat ik de geefster hiervan ontmoette.
Komend uit Den Haag kwam ik terecht op een streekschool in Doorn. Deze school had een dame in dienst die “nuttige handwerklessen” gaf, zo heette dat toen nog. De juf was pas getrouwd zodat ik haar leerde kennen onder de naam van haar man.
Dat nuttige handwerken nam ze heel serieus.
Eens was ze bezeten van “frivoliteeën” en ze vond het zeer noodzakelijk, dat alle meisjes die techniek leerden. Stel je voor: rond de duim en wijsvinger van de ene hand worden wat draden gespannen, in de andere hand een spoeltje met draad eromheen in de vorm van een schuitje, een paar centimeter groot. Dat spoeltje wordt geacht door de draden heen en weer gehaald te worden, van boven naar beneden en van beneden naar boven enz. totdat er een zeer fijn kantpatroontje ontstaat.
Maar hoe ik ook probeerde om zo’n kantje te kweken, ik kreeg het niet voor elkaar terwijl ik toch echt aardig kon handwerken. Maar de juf was onverbiddelijk: er moest en zou een kantje komen………..

Ik haatte die lessen (en die juf) daarna grondig en het kantje is er nooit gekomen.

Enkele jaren later fietste ik met mijn vriendje op zondagmiddag naar zijn huis. Daar reed een dame een kinderwagen de oprit op. Je raadt het al……….jawel, de nuttig handwerkjuf. Ze was zijn oudste zus! Boos en tegelijk bibberend ging ik naar binnen en……… ze wist niet eens meer wie ik was. Had ik daar nu zo veel ellende voor doorgemaakt?

Overigens, toen ik een plaatje hierbij zocht kwam ik verschillende sites tegen van mannen die dit frivoliteeën als hobby hebben. Ook op de foto is het een man die hiermee bezig is. Hij gebruikt hier een haaknaald en het spoeltje hangt ernaast.

22 januari 2007

WAAR BLIJFT TWIN PEAKS?

Ik ben geen cultserie-kijker. Ik vergeet vaak afleveringen op te nemen, en als ik ze heb opgenomen vergeet ik ze te bekijken: Lost, The OC, ER, Six Feet under, The Office, Extra's, Curb your enthusiasm, 24 - het is grotendeels aan me voorbijgegaan.

Maar in 1991/1992 werd Twin peaks voor de eerste keer uitgezonden. Ik bleef er voor thuis. Ik trok de stekker uit het stopcontact. Ik kocht een uitmuntende koptelefoon om het geluid zo dicht mogelijk in mijn oren te hebben. En ik nam alles op.
Elke aflevering bekeek ik wel drie keer.

In latere jaren heb ik vier keer opnieuw de hele serie met vrienden of geliefden gekeken, en elke keer weer was ik gelukkig.

The owls are not what they seem...
'Laura, Laura!'
HOW HOW HOW HOW (blaffende jongemannen)
'I need to brush my teeth, I need to brush my teeth!'


Hopelijk zijn er een paar onder jullie die bovenstaande zinnen herkennen.
Mocht het in mijn macht liggen, dan greep ik jullie allemaal in één grote armbeweging vast, zwiepte jullie in een bioscoop vol luie stoelen neer, en projecteerde de hele Twin Peaksserie aan één stuk door. 'Kijken,' zou ik roepen, 'kijken!'
Ik zou een nare keizer worden. Ik zou me niet inhouden.

Want Twin Peaks is spannend en grappig en oer en eng en oogstrelend, en David Lynch is er de opperpoppenspeler van.

Maar waarom schrijf ik dit nou? Omdat de serie zuutzuutzuut nog steeds niet volledig op dvd verschenen is. Vier jaar geleden, of misschien langer al, kwam wel het eerste seizoen uit, maar het vervolg laat al jaren op zich wachten. Hoe kan dat nou toch? Is dit een sadistisch trekje van Lynch? Is het ophongeren? Is het Killer Bob zelf die zijn rechten opeist?

Belofte maakt schuld... (door Marieta)

Aan het begin van mijn schrijverij heb ik beloofd iets meer over mij te vertellen. Wel, die belofte los ik hierbij in. Trek je eigen conclusie……….
Deze foto is één van mijn meest geliefde foto’s: Edward met een gevonden poesje onder zijn arm geklemd op 2-jarige leeftijd. Hij had het onder de heg gevonden, zei hij.

De afbeelding hiernaast zal door maar één persoon onmiddellijk herkend worden. Die persoon is Edward zelf.

Al heel jong gaf Edward al een krantje uit met de naam: “Enzovoorts”. Hij schreef daarin o.a. over de laatste boeken, de laatste lp’s, verjaardagen van bekende Nederlanders in die week, een gedicht en korte grapjes bijvoorbeeld. Hij had een kleine lezerskring van buren en enkele meesters en juffen waar hij wekelijks zijn krantje in de bus deed. Het werd op de basisschool gedrukt met de vloeistofduplicator. Wie kent dat systeem nog?
Edward verzamelde graag feiten en maakte lijstjes van allerlei voor hem belangrijke dingen. (Komt dat je soms bekend voor?) Het schrijverschap zat er toen al in!

Verleden jaar januari waren we samen in Praag. Het was daar behoorlijk koud. Het is te zien aan de rode neuzen.




Conclusie getrokken?

21 januari 2007

TEGEN DE MUUR KWAKKEN

Waarschuwing: dit wordt een elitair stukje.

Ik schrijf met de hand. In flutserige schrijfboekjes. Als ze maar een harde kaft hebben, en papier met lijntjes, vind ik alles best.
Maar een tijdje geleden kreeg ik van een zeer lieve schrijverscollega een echte Smythson cadeau. De Smythson heeft een leren kaft, en dun, blauwachtig papier. De Smythson ligt héél lekker in de hand, en de bladzijden drukken niet door.

Ik moest er even aan wennen, ook aan de chiquiteit van de Smyhtson, maar inmiddels ben ik een groot fan. En dat komt eigenlijk vooral door de tekst die ik in mijn Smythson aantrof.

Achterin elk schrift staat 'The story of Smythson Featherweight Paper and Bindings'.
Ik las er iets over watermerken, stevigheid en 'floppy leather binding'. Maar deze zin trof me het meest:
'Called the 'Panama Hat' of books, the Featherweight can be rolled up and squashed and will improve with age.'

Oprollen en smashen! Geweldig! Mijn werk, beste bloglezers, kan vanaf nu opgerold worden en tegen de muur gekwakt, want 'it will improve with age'. Daar word ik nu echt gelukkig van.

Zal ik dus ooit weer terug kunnen naar gewone schrijfboekjes?
Ehm. Ja.
Ik zal wel moeten.
Diezelfde supercollega schonk me nóg een Smythson, zoals alle Smythsons ingepakt in een blauwe kartonnen doos met vele bladen vloeipapier. Ik kan dus nog heel even voort. Maar ik keek net naar de Smythson-site om een geschikt plaatje voor dit blog te vinden. En toen zag ik de prijs van één zo'n schriftje. Van één zo'n tegen-de-muur-smijt-exemplaar... TWEEHONDERDENVIJF EURO.

Weg elitarisme.

Ik hoor niet wat ik schrijf… riep ze wanhopig uit.(door Marieta)

De eerste keer dat ze naast mij zat vroeg ik haar waarom ze nu, op 34-jarige leeftijd, les wilde hebben. Ze kreeg tranen in haar ogen en zei: “Ik kan mijn kinderen niet voorlezen en met hun huiswerk helpen. Als ze bij mij komen met vragen zeg ik altijd maar dat ik nu even geen tijd heb en dat ze naar papa moeten gaan. Daar begon het mee en dat doet zo’n pijn.
En toen die mevrouw mij begon uit te schelden omdat ik haar naam niet goed opschreef. Maar ik hoor niet wat ik schrijf…” riep Annie wanhopig uit.
Ze had van een kennis gehoord dat er nog wel iets aan haar schrijf- en leesproblemen te doen was. Ze werd getest bij het Instituut voor dyslexie en haar jarenlange problemen hadden een naam gekregen. Na jaren van niet begrijpen was dat al een hele vooruitgang. Er waren mensen die haar begrepen! Ze was niet dom en onwillig maar ze was dyslectisch!
Ze wilde graag samen met haar man, die goudsmid was, een eigen bedrijfje opzetten. Zij ontving de klanten aan de balie; hij repareerde. Maar na haar aanvaring met de boze mevrouw schreef ze de naam niet meer op onder de neus van de klant, maar deed ze dat aan een tafeltje tegen de achterwand waar niemand haar op de schrijvende vingers keek.
Ze wilde zo graag kinderen en man helpen dat ze alles daar voor over had wat binnen haar bereik lag. Wekelijks reizen naar Amsterdam en 4 keer per week oefenen.
Na drie maanden les was ze al zo ver gevorderd dat ze mij trots vertelde dat ze een groot bord had gemaakt voor de klanten met daarop: Gelukkig nieuwjaar. Ze had dat zonder fouten opgeschreven, had haar man gezegd. Ze ging als een gelukkig mens vol goede voortzettings-moed dat nieuwe jaar in.

Hij was monteur bij een groot bedrijf in verwarmingsketels. Hij was erg goed in zijn vak. Dag in dag uit gingen ze samen op pad, de hele stad door. De chauffeur en hij. Totdat het bedrijf drastisch moest inkrimpen. Voortaan moesten de monteurs maar alleen op pad gaan, een chauffeur kon best gemist worden. O ja, voor de anderen wel, maar nu juist niet voor Bert, die door zijn vorm van dyslexie niet kon lezen. Ooit had hij wel zijn rijbewijs kunnen halen met veel kunst- en vliegwerk maar nu kon hij de straatnamen niet lezen. En als hij ze al durfde vragen dan nam dat te veel tijd in beslag. Dat kon het bedrijf niet hebben dus Bert werd eruit geknikkerd. Bespreekbaar maken was niet aan de orde, het was immers een schande als je niet kon schrijven en/of lezen, dat mocht de baas niet weten.
Twee schrijnende gevallen van volwassen mensen met een vorm van dyslexie. Deze mensen hadden het geluk gewezen te worden op de mogelijkheid van begeleiding. Na anderhalf jaar waren beiden in staat weer blij door hun schrijvende en lezende leven te gaan.

Enkele voorbeelden van vóór de behandeling:

Opdracht: De boeren werken op het land.
Resultaat: e boeren hewefken op is plat lant
Opdracht: De ruit is stuk.
Resultaat: de ruet is stek
Opdracht: Er ligt een balk naast de stoep.
Resultaat: der ligt een blalek naast de stoep
Opdracht: Waar ga jij heen zei Gerrit.
Resultaat: haar gaaw heen sij geret

Na de behandeling: Onderstaand fragment is het resultaat na anderhalf jaar behandeling, waaruit blijkt dat er nog slechts enkele fouten worden gemaakt.

Rem brandt is de bekwamste en de meest veelzijdige van de schilders uit onze geschiedenis. Hij schilderde niet alleen portretten, maar ook tal van historite en bijbelse stukken van ongekende schoonheid. Enkele jaren nadat hij zijn studie aan de universiteit van Leiden had afgebroken, kocht hij een statig koopmanshuis aan een van de vele rumoerige Amsterdamse grachten.

20 januari 2007

HERCULES DE LIJGER


Dit is Hercules, en Hercules is een lijger.
Dat wil zeggen: zijn vader is een leeuw, en zijn moeder is een tijger. Zoiets is dus 'biologisch gezien' mogelijk, maar in de vrije natuur gebeurt het zelden - tijgers en leeuwen zijn vijanden, en bovendien leven ze grotendeels in verschillende werelddelen. Maar in gevangenschap komt het wel voor. Zo ook in het Institute of Greatly Endangered and Rare Species, in Miami, Florida. Het was niet de bedoeling, maar in de grote groep bleek, na de geboorte van Hercules, dus een Julia-tijger en een Romeo-leeuw te zijn.

Hercules kan snorren als zijn moeder, en brullen als zijn vader.
Hij heeft leeuwenmanen, hoewel die niet al te lang zijn, én tijgerstrepen.
Het enige dat echt anders is dan bij zowel zijn vader als zijn moeder, is Hercules' grootte. Als hij tegen een muurtje rechtop staat is hij al 3,5 meter. Er gaat namelijk bij een kruising van een leeuw en een tijger waarschijnlijk iets mis bij de 'groeigenen' - onderzoekers zijn er nog niet helemaal uit.

Andere kat-combinaties bestaan ook: teeuwen (met een tijger als vader en een leeuw als moeder) en leeuwpaarden (kruisingen tussen een leeuw en een luipaard). Bij teeuwen en leeuwpaarden slaan de groeigenen overigens níet op hol...

Hercules is op Youtube te zien, klik daarvoor hier...

Wat Jammer nou….. (door Marieta)


Heb ik me altijd, vanaf het moment dat ik erover lezen kon, een neger voorgesteld als een mooie, rijzige man met een kleur die me deed denken aan donker mahoniehout, en nu mag het niet meer: het woord neger. Zelfs Pipi Langkous mag haar vader niet langer voorstellen aan haar vriendjes als de negerkoning. Dat moet worden: Zuidzeekoning. Een negerkoning zie ik voor me als zo’n mooie statige man met een kroon op zijn zwarte krullen maar wat moet ik me voorstellen bij een Zuidzeekoning? Zo iemand die uit de Zuidzee oprijst met een drietand in zijn hand? Dat wordt dan een concurrent van Neptunus.

Het boek van Agathe Christie “Tien kleine negertjes” is ook al herdrukt met de titel: Toen waren er nog maar… Want NEGER mag niet meer. Gaat het niet wat ver om boeken te gaan herdrukken om een woord? En waarom eigenlijk? Neger is toch de verwijzing naar een bevolkingsgroep? Het zou een scheldwoord zijn. Hebben ze het soms over het woord ‘nikker’ ? Daar kan ik me wel wat scheldigs bij voorstellen. Maar neger?
Hoe moet ik dan bijvoorbeeld ‘De negerhut van oom Tom’ gaan herbenoemen?
En hoe gaat dit dan verder.

Welke bevolkingsgroep is hierna aan de beurt? De indianen soms? Ook een bevolkingsgroep waarover de meningen verdeeld zijn. Praat maar eens met mensen in Canada bijvoorbeeld die veel met de Indianen te maken hebben. Ook onder de Indianen zijn heel veel verschillen, ook zij worden soms uitgescholden. Ik zat zelf eens in een restaurant in Lethbridge Canada waar een jonge Indianenvrouw binnenkwam. Ze was mooi om te zien en ik keek even naar haar. Juist die korte blik ving ze op en beet me toe: Never seen an Indian?
Stel je eens voor dat ook dat woord uitgebannen moet worden. Weg met Winnetou; weg met Old Shatterhand .

Het komt op mij wel wat overdreven over, maar ik heb dan ook nooit in mijn omgeving het woord neger als scheldwoord horen gebruiken.

19 januari 2007

KAREN DALTON

Sommige stemmen zijn vergeten, en dat is onbegrijpelijk. Iedereen weet gelukkig nog wie Billie Holiday is, en Edith Piaf. Maar anderen raken weggemoffeld in de tijd.

Maar soms komen ze weer boven. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Eva Cassidy, wier album SONGBIRD een groot succes werd, ná haar dood.

En volgens mij staat dat nu ook te gebeuren met Karen Dalton.
Deze dame met de zeer sterke en eigenzinnige stem maakte rond het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig maar twee LP's. Vooral de laatste, IN MY OWN TIME, is een klassieker.

Hij is onlangs weer in een aantal landen uitgebracht, en let op: wees er vroeg bij, want ze wordt zeer belangrijk.
Hoe hebben we deze songs kunnen missen? Ze zingt covers, maar als Dalton ze uitvoert, zijn ze van haar.

Karen Dalton had grote psychische problemen. Opnemen met haar, studiowerk, was vrijwel onmogelijk. Na een tijdje wilde ze dat ook niet meer. In huiskamers, met een paar luisteraars, dát vond ze wel goed. Maar verder niet.
Dat intieme is gelukkig goed te horen op de zeer heldere re-issue van IN MY OWN TIME.

Na de twee eerste LP's namen ook drugsproblemen het roer over, en in de jaren tachtig zwierf Karen Dalton door New York - als tassenvrouwtje.
Ze stierf in 1993.
En het gekke is dat al in die hele vroege liedjes alle levenspijn te horen is die ze eigenlijk pas later zou opdoen...

Maar lúister! Please! Er staan wat clips op deze site en ook op haar myspace-pagina zijn hele songs te horen.
En koop deze eerste musthave-cd van 2007.