19 januari 2007

Rust (door Marieta)

In de stilte na de storm een stukje over rust. Hopelijk is ieder weer zo'n beetje thuis of tenminste op weg naar huis. Hopelijk hebben weinigen schade kunnen vaststellen. Bij mij wel enkele omgewaaide heesters in de tuin die ik vandaag te lijf zal gaan. Snoeien en dan in kleine stukjes knippen is een rustgevende bezigheid en daarmee kom ik op....rust.....

Ben ik de enige die dit heeft? Wat “dit”?
Een waar gebeurd voorbeeld zal duidelijk maken wat ik bedoel.
Toen wij nog een stuk ligusterheg in de tuin hadden, was het mijn taak om die jaarlijks, soms twee keer per jaar, te snoeien. Ik haalde dan een electrische heggenschaar bij een kennis en was met een uurtje wel klaar, opruimen ingerekend.
Maar soms geeft het leven je zoveel gebeurtenissen dat je bijna geen tijd genoeg hebt om daarover na te denken en ze zo een beetje te verwerken.

De tijd was weer aangebroken dat de uitstekende takken geknipt moesten worden. Omdat het stuk heg niet onoverzichtelijk groot was pakte ik de kleine handsnoeischaar en begon takje voor takje af te knippen. Mijn buurman van rechts had dat een tijdje meewarig aangezien en vroeg: Ik heb wel een electrische heggenschaar, wil je die lenen?
Mijn antwoord: Nee, dank je, maar ik moet denken! Ik zag het vraagteken op zijn hoofd!
Kijk, dat bedoel ik nou.

Er zijn bezigheden in mijn leven die ik opzoek om na te denken. Zo ook bijvoorbeeld sorteren. Als er veel tegelijk op mij afkomt zoek ik automatisch een werkje waarbij ik moet sorteren. Alsof daarmee ook mijn denkwereld gesorteerd wordt.

Ik hoor ook wel eens mensen zonder afwasmachine zeggen dat het samen afwassen vaak leidt tot een gesprek dat anders misschien niet zou hebben plaatsgevonden.
Dat is een klein beetje anders, maar het raakt wel aan mijn eerste beschrijving. Het heeft allemaal iets te maken met rust. Een rustgevend, bijna automatische werkje om na te denken of om samen wat diepgaander te praten.
Ben ik de enige die dit heeft?

18 januari 2007

KONINGINNEN

Ja, ik ben gestrand. In Amsterdam. Vanwege de storm. Maar laten we het daar niet over hebben. Want ik heb geweldig onderdak gevonden bij Jan Paul.

Interessanter is het feit dat onverwachte krachten de leiding nemen in deze weerscrisis.
Zo was ik vanmiddag op een vol station Amsterdam Zuid en na uren wachten kwam er een (1) trein binnen. Iedereen begon te rennen, te stuiteren en te dringen. Totdat de koningin ingreep.
De koningin was een NS-dame die een mobiel microfoontje had, heel ingenieus. Zij nam het ferm ter hand en begon de mensen te manen. 'Dit is de laatste trein, en de enige trein, en vanaf Schiphol gaat ook niks meer. Opschieten nu, en nadenken wat u echt wilt.'

Meteen kalmeerde de menigte. Iedereen stond daadwerkelijk stil en iedereen dacht daadwerkelijk even na. En daarna schoot iedereen op. Omdat de koningin het zei. De koningin van het Weer en de Treinen.

Zullen er vandaag veel koninginnen opgestaan zijn?
Zijn er Koninginnen van Info en Files? Van Opvang en Onderhoud? Van Rust en Regulering?
Ik wens iedereen stilte toe, en dan niet de stilte die heerst in de holte van de storm.

En wat Koninginnen betreft: vorige gastblogster Bibi en haar hondenheldin Sien zijn in een klein huisje in Zeeland - een huisje zonder elektriciteit. Maar ze zijn niet gestrand. Ze zijn er uit vrolijke wil, de hele week al. Toch hoop ik dat de pannen en deuren en kozijnen het houden. En dat zij beide niet nog koninginniger hoeven te worden dan wat ze nu al zijn: Koninginnen van het Avontuur en het Kaarslicht.

Het valt wel mee.... (door Marieta)

Deze week las ik weer eens iets over de ongemanierde jeugd.Ik kan me daar wel eens boos over maken. Waarom zo generaliseren? Er zijn ook andere verhalen.
Nog niet zo lang geleden had ik, wat ik noem, een zonnestraalervaring.

Ik stapte even binnen bij een opa en oma. Opa was net teruggekomen van een zoektocht naar zijn twee kleindochters. Beide meiden van 14 jaar hadden de tv-afstandbediening meegenomen en daarmee een pestgevoelige buurvrouw gekweld.

Zij had haar klantjes echter gezien en opa gebeld.
Terwijl ik daar zat kwamen de dames binnen. De een, Karien, uiterlijk een rustige teener, de ander, Joke, een bravoure-meisje met een macho loopje en een zeer ruim decolleté.
Opa joeg ze flink in de gordijnen door te zeggen dat de buurvrouw hem had opgebeld en woedend gezegd had dat de politie er aan kwam. Ze had de meiden gezien deze keer en pikte het niet meer. De politie zou wel eens een hartig woordje met ze willen spreken.
Karien reageerde door een beetje te lachen, niet wetend of ze opa serieus moest nemen. Maar Joke sprong op, verschrikt, bang en vragen stellend. "Moeten we dan mee naar het bureau?" Totdat het ook tot haar doordrong: opa overdreef. Ze kregen evenwel een flinke preek van opa: "Altijd diezelfde buurvrouw het mikpunt, dat moest nu afgelopen zijn." Enz. enz. Oma gaf ze een koekje en een drankje, zoals oma’s doen.
Toen stond Joke plotseling op, trok Karien van haar stoel zeggende: Kom, we gaan excuus aanbieden. En daar gingen ze, op eigen initiatief. Opa ging stiekem buiten kijken maar inderdaad, ze waren binnen bij de buurvrouw en zo te zien druk aan de praat.
Zo kan het ook!

17 januari 2007

WIM HOGENKAMP


De foto hierboven is een foto van een acteur. Een acteur die een lijk speelt. Hij komt uit de serie Q & Q (van Harrie Geelen) waar ik als jongetje van tien in 1974 ademloos naar keek. De twee jonge hoofdpersonen maken in het bos per ongeluk bijgaande foto. De acteur op de foto is Wim Hogenkamp, en de scenes waarin zijn foto voorkwam deden me altijd huiveren.

Wim Hogenkamp werd echter vooral bekend als zanger en liedjesschrijver. Voor zijn liedje 'Afscheid' kreeg hij zelfs de Louis Davidsprijs.
Hij maakte twee LP's ('Heel gewoon', 1978, en 'Punt uit', 1981).
Ik had beide platen en kende (en ken) vrijwel alle liedjes uit m'n hoofd. Voor de eerste LP kreeg Hogenkamp ook een Edison.

Bij mijn lijstje mooiste Nederlandstalige liedjes ooit dat ik hier eerder opblogde, noemde ik het liedje 'Zo 't komt' van Hogenkamp als een van de allerbeste ooit.

Misschien wel het allerbekendst werd Wim Hogenkamp met de tekst van het liedje 'De mallemolen', het Eurovisie Songfestivalliedje van Heddy Lester in 1977.

Maar hoe is het verder gegaan met Hogenkamp?
In 1981 deed hij samen met o.a. Lori Spee voor Nederland mee aan het songfestival van Knokke. Hij baarde er opzien door één liedje in badjas te zingen in plaats van in de toen gebruikelijke smoking.

Hij maakte nog een eigen musical ('De ballen'), bracht zijn LP's in het Duits uit en nam een erg grappig klaagliedje op single op('Je klaagt maar wat' [aggattegattegat]) - maar werd helaas ziek. AIDS. Het waren de jaren tachtig, dus AIDS kon nog niet als chronische ziekte (in plaats van dodelijke ziekte) worden beschouwd.

Op 5 februari 1989 stierf Wim Hogenkamp, 42 jaar oud.
Maar... hij stierf niet aan AIDS.
Hij stierf op een manier die wel erg veel leek op die griezelige rol die hij speelde in Q & Q: Wim Hogenkamp werd vermoord. In zijn eigen huis.
Er waren sporen van braak, er waren geruchten, maar nooit is deze misdaad opgelost.

En nog griezeliger: in het huis van Wim hing een grote foto van hemzelf. De foto namelijk, uit Q en Q. Van hemzelf dus als lijk.

Gek genoeg hebben zowel Wims broer Rob, als zijn zus Babs geen idee waar de foto gebleven is...

De liedjes zijn niet echt bekend gebleven. Maar soms neemt iemand de draad weer op. De jonge Limburger Marc Didden bijvoorbeeld, die me mailde naar aanleiding van mijn lijstje met mooiste Nederlandse liedjes. Marc heeft contact met Rob Roeleveld, destijds een van de componisten van Wim Hogenkamp. En nu zingt Marc enkele liedjes van Wim. Maar... in het Limburgs! In het dialect van Ubach over Worms zelfs. Via deze link is iets meer te lezen over deze Marc Didden, en onderaan deze bladzijde kun je zelfs zijn liedjes beluisteren, waaronder 'Zo 't komt', dat in Marcs vertaling 'So wiet 't kump' heet.

Tenslotte, als eerbetoon aan Wim Hogenkamp, een paar tekstregels uit 'Zo 't komt':

Zo 't komt zal 't moeten komen
(...)
Maar hou me vast m'n lief,
en laat me nog niet vallen,
zeg me dingen die ik begrijpen kan...

Dus toch..... (door Marieta)

Enkele weken geleden schreef Edward dat hij het publieke blogs “I want to do this” had ontdekt. En ik ontkwam niet aan ernstig nadenken over wat ik altijd al had willen doen. Ik kwam uit bij iets uit een ver verleden.
Ik was een beginpuber en droomde ’s nachts soms over de mogelijkheid van springen. Nee, niet zomaar springen, maar heel hoog en heel ver over van alles heen kunnen springen. (Door de jaren heen leerde ik, dat iets in die richting door veel pubers wordt beleefd. Het schijnt iets te maken te hebben met willen vliegen over het moeilijke aanstormende leven heen.)
Praktisch als ik was ingesteld, zocht ik naar mogelijkheden daarvoor. Zo zag ik een oude matras liggen, zo-een met springveren erin. Dat leek mij een mogelijkheid, maar hoe kreeg ik die onder mijn schoenen. Het is mij nooit gelukt om een afdoende oplossing te vinden.
En toen kreeg ik een half jaar geleden een artikel onder ogen over de flyjumper.


"Vliegen kan met de Flyjumper nog net niet, maar enkele meters hoog de lucht in springen wel. Ook is het inhalen van fietsers en inline skaters geen probleem, rennen wordt een makkie als je sprongen van 3 meter ver maakt. Hiervoor zul je wel even moeten oefenen, dat geldt immers bij alle extreme sporten."

Het kan dus echt!

Ik zie ik mezelf dit nog niet doen.
Maar ik troost me met een andere mogelijkheid: een ballonvaart maken. Toch ook even zweven boven het aardse bestaan van alledag en vanuit de stilte die daarboven heerst, je bezinnen op, ja op wat.....?
Het is er nog niet van gekomen, maar het staat (letterlijk) op mijn verlanglijstje.

16 januari 2007

BLOGGERS OP DRIFT 3 - POST A SECRET


'PostSecret is an ongoing community art project where people mail in their secrets anonymously on one side of a homemade postcard', zo verklaart dit prachtige Amerikaanse blog zijn eigen inhoud.

Oftewel: op één zijde van een briefkaart knutselen mensen iets moois en zetten er vervolgens hun persoonlijke geheim bij.

Dat levert bijzondere, pregnante, zielige, grappige reslutaten op. Elke dag komt er wel een nieuwe 'PostSecret' bij. En er zijn inmiddels al een paar PostSecret-boeken, waarin de mooiste resultaten te zien zijn.

Kijk gerust via deze link zelf even...

En, zoals Thomas hieronder ook meldt, er is dus sinds kort een Nederlandse versie... kijk dus óók hier!

Een klein beetje over mij…..(door Marieta Groot)

………mijn naam is dus Marieta, ik ken Edward al heel wat jaartjes en ben een groot bewonderaar van hem. Ook ik ben afkomstig uit het onderwijs. Al met 5 jaar wist ik al wat ik wilde worden: kleuterjuf. (Antwoord op één van jouw vragen, Bibi.) Daarbij had ik altijd veel aardigheid in taal. Die twee dingen samen hebben uiteindelijk geleid tot wat ik nu al ruim 20 jaar doe: Kinderen (en soms ook ouderen) begeleiden die een vorm van dyslexie hebben. Het werk heeft altijd mijn hart gehad. Het is fantastisch wanneer je het zelfvertrouwen van deze kinderen en volwassenen weer ziet groeien doordat ze wel degelijk iets meer kunnen dan ze altijd dachten. Op dit moment begeleid ik 13 leerlingen op een gewone basisschool.
Een van de volgende schrijfdagen zal ik nog iets meer over mijn ervaringen met volwassen dyslectici vertellen.
Hobby’s heb ik eigenlijk heel veel, Edward heeft er al een paar genoemd. Ten eerste: vrije kalligrafie. Op een mooie achtergrond eigen letters en lettervormen weergeven met diverse materialen. Dit doe ik meestal op papier, maar het kan ook op andere ondergronden zoals glas en stoffen. Ook filmen en monteren doe ik graag, maar ook wat muziek maken op diverse instrumenten, lezen, puzzelen en knutselen doe ik regelmatig. Meestal bij vlagen.
Natuurlijk is er meer over mij, maar voorlopig laat ik het hierbij. Wanneer ik een eind op weg ben met mijn schrijverslatijn volgt er meer, beloofd!

In de afgelopen maanden, na het lezen van de diverse “inzendingen” van de diverse gast-bloggers, heb ik wel geleerd, dat er verschillende soorten woordkunstenaars bestaan.

Er zijn er bijvoorbeeld, die de woorden als een componist tot klanken maken en die woorden dan, al of niet ritmisch, uitstrooien op het papier. En dan geniet je van het eigene van die woorden-melodie in een gedicht.

Soms is er een soort kunstschilder bij, die woorden van velerlei kleur op zijn palet heeft. Het verhaal wordt zo beeldend verteld dat het naar je toe komt als een bijna visuele belevenis, als een voorstelling. Je kunt niet ophouden met lezen en vergeet je omgeving.

En dan is er nog de woordenacrobaat.
Die gooit de woorden samen met gevoelens en geluiden in de lucht om ze weer op te vangen als nieuwe, frisse woorden, woordspelingen en zinnen. Lezen en genieten!

Een combinatie is ook mogelijk. Dan gaat het om een zeer veelzijdig kunstenaar.

Vraag me nu niet waar ik bij hoor. Dat mag je bepalen na mijn gastbloggerschap.

15 januari 2007

MORGEN NIEUWE GASTBLOGSTER

De ene lady heeft ons verlaten, maar er is goed en mooi nieuws: vanaf morgen lezen we twee weken lang de stukken van lady Marieta Groot!

Marieta is op dit blog in geschrifte nog niet zo bekend, maar volgt ons op de voet. Zij werkt al jaren in het onderwijs (vooral met kinderen die extra zorg nodig hebben), en is daarnaast oa kalligrafiste, thriller-lezeres en amateurfilmster.

Zij zal zich zelf morgen wat nader voorstellen, en anders zal ze dat zeker in de loop van de twee weken doen. Een foto volgt ook spoedig!

Marieta, welkom hier, en we zijn benieuwd naar je stukken!

I LOVE THAT HORSE

Dieren die de mensen helpen, wie schreef daar ook weer een magnifiek boek over?

De tweeëntachtigjarige Don Karkos heeft al jaren een bijbaantje als paddockverzorger van racepaarden, hij maakt ze als het ware klaar voor de training.
Dat kan Don Karkos met één oog. Hij moet ook wel, want sinds 1942 is Karkos blind aan zijn rechteroog.
Toen had hij namelijk, op zijn achttiende, dienst genomen in de US Navy en was aan dek van het schip waarop hij gelegerd was, toen er een enorme explosie klonk. Een granaatscherf vloog in Karkos' voorhoofd, net boven zijn rechteroog.

Een tijd later werd Karkos wakker in een IJslands ziekenhuis. De dokters maakten hem duidelijk dat hij met dat rechteroog nooit meer zou kunnen zien.

Ook de voortschrijdende medische wetenschap kon Karkos niet helpen, onlangs nog kreeg hij te horen dat er werkelijk niets te doen was aan dat ene oog.

Tot een mooie ochtend, afgelopen december.
Karkos was het paard MY BUDDY CHIME aan het verzorgen. En opnieuw kreeg het hoofd van Karkos een enorme opdonder, het leek 1942 wel. MY BUDDY CHIME maakte namelijk een onverwachte, maar enorm woeste beweging met zijn hoofd, en mepte Karkos bewusteloos.
Weer was het dat rechteroog dat geraakt werd.

Gelukkig maar. Want een paar uur later kreeg Don Karkos zijn zicht terug. Opeens kon hij weer zien. Met links. Maar nu ook met rechts. MY BUDDY CHIME deelde de juiste klap uit. Leve MY BUDDY CHIME.

'Ik zal hem van m'n levensdagen extra goed verzorgen,' glundert meneer Karkos. 'I love that horse'

14 januari 2007

Latsjedieves* (door Bibi)

Hier stopt het.
Vanaf hier ga ik weer mijn eigen weg. Dank jullie wel bezoekers dat jullie er waren, dat jullie lazen, dat jullie deelden. Dank je wel Edward Super E.
Het is niet niks dat bloggen. Vaak zat ik met een verhit hoofd te schrijven. Verhit omdat ik dingen schreef die ik eerder nooit aan het papier, nou ja papier, aan het scherm toevertrouwde. Altijd maar die non-fictie van mij. Dat afstandelijke. Dat ongrijpbare. En zie nu daar: zo grijpbaar als wat.

Inmiddels ben ik erachter wie de kleine brutale Trebor uit groep 8a is. Dat is geen kleine maar een grote brutale man die mij er in liet lopen. En ik heb het niet doorzien en schreef heel serieus een tweede pijnstuk. Ook Anja heb ik achterhaald. Dat was dezelfde brutale man. Ik reken nog met hem af. Desnoods met mijn vuisten.

Morgenochtend vertrek ik naar het huisje op de foto. Het staat op een akker in de stilte. Het is driehonderd jaar oud. Een paard op het dak geeft de windrichting aan. Als het hard waait bezoekt het mij in mijn dromen met zijn roestige galop.
Ik heb in de achterbak van de auto al pakken vol met kaarsen gelegd, want het is er vroeg donker en er is geen elektriciteit.
De hond gaat mee om te waken, want mocht er iets zijn, dan is er geen telefoon, want geen gsm- bereik binnen. Daarvoor moet je eerst naar buiten gaan. Maar onder het bed ligt nog een oud geweer. Dat kreeg mijn vader in 1945 van een Engelse soldaat.

Al mijn nachtmerries spelen zich af in dit huisje. Het spookt er een beetje. Bij elk geluid stop je even met ademen maar het is zelden iets verontrustends. Er trippelen muizen door het huis, herten rond het huis, marters over het dak. Het kan van alles zijn dus. Maar overdag is de wereld weer vriendelijk. Het uitzicht eindeloos, de lucht zwaar van het zout.

Ik heb mijn pen bij me, en een lading papier en ga verder met mijn boek. Ja, ik schrijf met de hand, want zo gaat dat het best. Zo kan ik al schrappend toch nog zien wat er eerder stond. Bovendien stokt mijn schrijven als ik met mijn vingers op een toetsenbord hak. Met vulpeninkt gaat het vloeien. En dat heb je nodig voor de muziek in je verhaal.

Nu neem ik dan afscheid. Dag iedereen. Dit was het weer voor vandaag.
Latsjedieves!!!

*Het ga je goed en laat de zon altijd schijnen, in circustaal.

13 januari 2007

pijn deel 2 (door Bibi)


Het stomme stukje van gisteren krijgt een onverwacht vervolg omdat er zoveel reacties op waren. Er zat zelfs een vragenlijstje bij van groep 8a van een basisschool.
Trebor stuurde me tien vragen die jullie kunnen lezen bij de comments van het vorige pijnstukje. Ik ga niet alle vragen beantwoorden, want dat kost te veel tijd. Maar natuurlijk (vraag 6) doet het meer pijn als het uitgaat met je vriendje, dan wanneer je verliest met voetbal. Hoewel ik daar als 11-jarige weer anders over dacht.

Een heel interessante vraag uit het lijstje is de eerste vraag: wanneer voelde je je eerste pijn. Natuurlijk heeft elke baby pijn. Maar daar weet je later niks meer van. Pijn vergeet je. Pijn wil je kwijt.
Maar waar ik laatst wel aan moest denken is dat ik bepaalde soorten pijn nooit meer heb. Dat zijn kinderpijnen. Pijnen die horen bij vroeger.

Pijn aan je tanden als je beugel een tikje strakker werd gedraaid.
Pijn bij het haren kammen. Als je moeder dat te wild deed.
Blauwe polsen van de klikkies (die balletjes aan een touwtje die je tegen elkaar moest slaan. En als het mis ging sloegen die baletjes keihard tegen je polsen aan.) Het springtouw dat keihard tegen je arm sloeg.

Maar dat is maar een beetje wat ik bedoel.
Wat ik echt bedoel is de geschaafde knie. Ik had altijd geschaafde knieen. En als je weer eens flink was gevallen dan was die knie de volgende dag stijf en kon je niet normaal lopen. Die pijn jongens, die pijn bedoel ik. Die heb ik al een eeuwigheid niet meer gehad omdat die hoorde bij het rolschaatsen en het skateboarden. Maar ik weet hem nog wel.

Trebor nu heb ik toch al twee vragen beantwoord.
En de derde die ik beantwoord is vraag vijf: is het eten van patat slecht voor je tanden, krijg je er blaasjes van of maakt het niet uit.
Jongens, jongens, jongens, hoe vaak moet ik het nog zeggen? Patat doet geen pijn. Nergens. Niet aan je tanden, niet aan je hart, niet in je hoofd. Patat maakt gelukkig. Patat is het mooiste dat er bestaat.
En patat moet gegeten worden met veel mayonaise. Mayonaise die je over die verrukkelijke goudgele jongens uitstort. En die jongens die moeten daarin verdrinken. Die jongens moeten roepen: 'Help wij verdrinken!!!' En dan ga jij ze redden. Je redt ze van de verdrinkingsdood. Niet met een vork. No way met een vork. Je gaat toch niet in die jongens zitten prikken, ben je helemaal gek? Je redt ze met je vingers. Je vist de frieten er een voor een uit en stopt ze liefdevol in je mond.

Patat in een zin noemen met pijn is een belediging. (Voor de patat en alle patateters.)
Wat?
Het is misdadig.
Crimineel.

Is dit genoeg voor jullie pijnproject?
Dag groep 8a! Groeten van Bibi (Patattoloog-gastronoom).

Dit was het weer voor vandaag. Tot morgen.

THE LADY IS LEAVING

Nooit, nooit meer zullen we gedachteloos aan een coelacanthbericht voorbijgaan. Nooit, nooit zullen we haar vaderverhalen meer vergeten (dat eenzame meisjes, op haar rolschaatsen zwierend aan een bumper...) en nooit, nooit nog zullen we lelijke snifzinnetjes zeggen over Rotterdam.

Ik heb het natuurlijk over Lady BDT, mijn gastblogster van de afgelopen twee weken. Van de eerste twee weken van het nieuwe jaar.

Zij was het mooiste goede voornemen dat we konden bedenken - en nu gaat ze...
De twee weken zijn om. Morgen nog één laatste posting, en dan leavt de lady.

Lieve Bibi, dank je heel erg voor het verblijf hier in dit winderige huis. En ik hoop dat je nog heel vaak door de ramen komt kijken!!!

LEONARDO

Leonardo de Vitor Santiago is de nieuwste aanwinst van Ajax. Maar Feyenoord haalde hem ooit, toen hij 12 was, uit de favela's in Brazilië. Tot nu toe heeft hij nog niet zo kunnen schitteren als toen gedacht werd. Door, wordt gezegd, zijn wispelturige karakter, maar vooral door zijn blessures. Kijk nog eens via deze link naar het prachtige portret dat Wilfried de Jong van Leonardo maakte - op de massagetafel van Holland Sport. Let vooral op de eerste minuten en op het prachtige Braziliaanse accent.

12 januari 2007

Pijn (door Bibi)

Vandaag ging ik naar mijn nieuwe tandarts. Ik gaf een hand en ze zei: 'Ga maar lekker liggen.' Ik stapte op de stoel en schoof zoemend onderuit. Heerlijk.
Ze maakte foto's en toen ze die bekeek bedacht ik dat ik maar eens moest bloggen over pijn. Nu zie ik dat Edward, mijn gastheer, over hoogtevrees schrijft. Dus dit lijkt er een beetje op. Angst en pijn. Wat een blogdag.
Ik vraag me vaak af: is het echt zo dat er verschillende pijngrenzen zijn? Doet een gaatje vullen bij de een meer pijn dan bij de ander? Versterkt angst de pijn? Lopen er bij de een meer zenuwen door zijn lijf dan bij de ander? Hebben vrouwen inderdaad een hogere pijngrens? God mag het weten.
Laatst stootte ik keihard mijn hoofd. Keihard, tegen de punt van een keukenkastje. Je kent dat wel, je vergat dat het openstond en Kadoenk! die punt tegen je kop. Ik stortte neer op de grond. Mijn lief keek me geschrokken aan en sprak mijn woorden: 'Oei, dat doet pijn.' Ik knikte en dacht: nu kan ik gaan gillen, maar ik kan ook keihard gaan lachen, want eigenlijk is dat hetzelfde. En omdat ik kon kiezen deed ik het laatste, wat natuurlijk een beetje raar, maar wel heel geruststellend overkwam.

Terwijl ik dit allemaal opschrijf begin ik dit een behoorlijk stom onderwerp te vinden. Maar omdat ik over een half uur weg moet, kan ik niet nog iets anders starten. Ik heb het bij pijn trouwens niet over alles overheersende pijnen. Maar over de pijntjes pijnen. Maar als dit een officieel stuk was voor een krant of boek zou ik het wegsmijten. Dit is een vrij kijkje in mijn keuken dus.
Ik schrijf altijd heel langzaam, daarom dat ik niets nieuws begin, want daar moet ik dan weer over nadenken. En reken maar dat het pijn doet, zo'n mislukt stukje. Maar dat is weer andere pijn. En ook dan kun je soms maar beter hard lachen.

Mijn hond laat niets merken als ze keihard ergens tegenop loopt. Maar als ik een teek uit haar vacht haal gilt ze. Dat zijn ook dingen die ik niet snap.
En in het circus zag ik een man keihard in glas stampen.
Weten jullie hoe dat zit?

En o ja. Toen ik bij de tandarts wegging moest ik een afspraak maken voor het vullen van een nieuw gaatje en voor het vervangen van een vulling. Ik kreeg een begrotinkje mee waarop ook de kosten voor de verdoving stonden. Kijk, ik geloof niet dat ik dat nou nodig heb. Want bij zulke pijn denk ik aan mijn tenen, terwijl die tandarts bezig is met mijn kiezen. Dat is echt een makkie.

Excuus voor dit ongelooflijk stomme stukje.
Dit was het weer voor vandaag. Tot morgen.

HOOG

Zou het hoog zijn, dat platform van Sealand? Ik denk het wel.

Gisteravond, bij WIE IS DE MOL moesten de kandidaten van een flink hoge toren abseilen. Zoals vaak bij dit programma vroeg ik me af: zou ik dat gedaan hebben. ik denk het wel. Heb je geen hoogtevrees dan, vroeg ik mezelf in een mooi diepte-interview. Maar ik stamelde alleen maar sukkelig terug: 'Ik weet het niet.'

Want ik weet het niet. In 2005 had iemand bij de CPNB, ze heet Marieke, bedacht dat ik een flinke tijd op een hoogwerker moest staan. Nu had ik dat vlak daarvoor al even geoefend, dus ik wist ongeveer wat er zou volgen. En: ik vond het heerlijk. Ik ontdekte dat ik een jongensdroom had, en hij werd nog vervuld ook.

En totaal geen vrees, wotsowever.
Maar ik dàcht eigenlijk wel dat ik hoogtevrees had. Gewoon, omdat iedereen dat heeft toch?

Wat ik trouwens wel heb, zijn willige benen. Als ik op een grote hoogte sta dan krijgen mijn benen zin in zelfmoord. Niet de rest van mij, hoor. En mijn hoofd al helemaal niet. Maar het gaat in mijn bovenbenen trekken. Mijn bovenbenen willen hup die rand over en lekker vliegen. Of vallen. Die keuze hebben mijn suïcidale bovenbenen meestal nog niet goed overdacht. Vervolgens moet mijn hoofd flink aan het werk om FOEI! te roepen tegen mijn bovenbenen. Gelukkig hebben ze tot nu toe, onder protest (dat wel), altijd geluisterd.

Maar: hoe zit dat eigenlijk bij jullie? Enige hoogte-abseil-spring-vrees-ervaringen? Beginnen er bij jullie op grote hoogte ook lichaamsdelen voor zichzelf te denken?

PS 1. Er bestaat ook zoiets als hoogteziekte. Dat heeft met zuurstoftekort boven de 2500 meter te maken. Maar dat bedoel ik volgens mij niet.

PS 2. Mijn doopspreuk was ' De vreesche des Heeren is het begin van alle wijsheid'.

11 januari 2007

IEDEREEN NAAR SEALAND

Niks Canna, eilandje voor de kust van Engeland. Nee, we moeten gaan inpakken. Snel. Want we verhuizen naar Sealand, eilandje voor de kust van Engeland.

Ze hebben er eigen munten, eigen postzegels, eigen paspoorten en een eigen vlag. Sealand is niet alleen een eiland, het is ook een eigen land. Ja ja, ergens tussen Scheveningen en Ipswich ligt een Europees landje waar we niets van af weten.
Nu ja, het is ook niet groot. De totale oppervlakte van Sealand bedraagt 550 vierkante meter. Sealand is namelijk een voormalig marineplatform.

In de jaren zestig bezette radiopiraat Paddy Roy Bates het platform en riep de onafhankelijkheid van Sealand uit. Helaas heeft tot op de dag geen enkele staat het landje willen erkennen.
In 1968 voerde de Britse marine een aanval uit op Sealand, maar vanaf het platform schoot men terug. Exit Britse marine.

Sindsdien is er zelfs een Sealands nationaal voetbalelftal. Nou ja, Sealands... Omdat er niet genoeg voetballers wonen op Sealand wees Prins Bates het voetbalteam van het Deense stadje Vestbjerg aan als net Nationale Team van Sealand. Er zijn spookgeluiden dat er gespeeld is tegen Tibet, tegen Tsjechië en tegen Cyprus, maar in de betreffende landen weet men daar, raar genoeg, niets van.

In een artikel in Trouw van vorige week staan nog meer wetenswaardigheden. Dat er in 1978 een echte coup plaatsvond op het eiland. Meneer Bates was even weg, en zijn minister van buitenlandse zaken (overigens een vriend van hem, want er wonen alleen maar vrienden en familieleden op Sealand) greep de macht. Hij gijzelde de zoon van Roy. Bij toeval kwam er net een Nederlander langs om te kijken of er geen zendmast op het eiland kon komen te staan. De Nederlander werd ook gegijzeld. Bates trok op met een helikopter en een paar 'gewapende vrienden', en de putsch was alweer verleden tijd. De boosdoeners werden als krijgsgevangenen vastgezet. Dat vonden de Nederlandse en Duitse regering iets te gortig, en toen besloot Bates ze maar te 'verbannen'.

Maar waarom moeten we er dan heen? Omdat Sealand te koop is.
Och, en wat kunnen die 550 vierkante meter nou helemaal kosten? Met de opbrengst van zeg, twee kinderboekenweekgeschenken, moeten we toch een aanvaardbaar bod kunnen doen.
Helaas stelt Bates één voorwaarde: hij wil prins blijven. Jammer. Minpuntje.

Coelacanth (door Bibi)


Ik lees een raar boek. Ik lees nooit rare boeken, want mijn boeken zijn altijd (wetenschappelijk) verantwoord. Maar nu lees ik een boek dat ik zomaar kocht zonder dat ik dat van plan was. Ik ga een boekwinkel binnen met een doel: of ik kijk wat er zoal aan nieuws ligt. Of ik ga een boek kopen. Ik kom zelden met zomaar iets naar buiten waar ik nog nooit van heb gehoord, maar nu was dat dus anders.
Ik ging naar binnen voor Walt Whitman, en ik kwam naar buiten met het boek van een onbekende thrillerschrijfster uit Frankrijk: Christine Adamo. Misschien is ze wereldberoemd, maar ik ben niet thuis in de spannende-boekenwereld. Het ging dus om de titel en het omslag waarom ik het kocht. Requiem voor een vis luidde die titel. En er blonk een zilveren coelacanth op.
Een boek rond een van mijn lievelingsdieren dus.
Die vis, die dinosaurus van de zee, was 65 miljoen jaar geleden uitgestorven. Maar op een dag had Hendrik Goosen er een in zijn net. Het was toen 1938. De wereld stond op zijn kop. Gerrit Achterberg schreef er een prachtig gedicht over. 'Ichtyologie.'
Ik vind dit zo'n ongelooflijk wonder dat ik al jaren alles over deze wondervis lees wat er maar voorhanden is. De vis die miljoenen jaren ongezien bleef op de bodem van de oceaan.
Nu ja en toen ontdekte ik youtube. Onlangs pas. Ik mocht iets intypen in het witte schermpje van de makers van de site. Iets waar ik een filmpje van wou zien. Ik hoefde niet lang na te denken. Het woord stond in het vakje voor ik het wist: coelacanth. Ik drukte op search. Zou er iets bestaan? Een foto is al bijzonder. Maar een filmpje? Ik wist dat er ooit een duiker was die een coelacanth voor zijn lens had gekregen. Maar kon ik dat hier zien. Ik? Hier achter mijn avondlijk scherm?
Toen voltrok zich het wonder. Er was een filmpje. Van Japanners. Ik drukte op 'play' en daar, onder startrek-achtige muziek kwam opeens dat prachtige dier in beeld. Ik huilde. Het kan me niet schelen dat ik dat moet bekennen. Alsof een oeroude vriendschap zich herstelde. Alsof een van mijn voorouders me iets kwam vertellen.

Hij is al 360 miljoen jaar in ons midden. Lang lang heeft men gedacht dat deze vis op pootjes de ontbrekende schakel was tussen leven op land en leven in zee. Ze worden levend geboren en ze worden oeroud.

Wat een dier, wat een vinnen, wat een gezicht, wat een wijsheid.

Gerrit Achterberg zegt in de eerste twee strofen van 'Ichtyologie':

'Er is in zee een coelacanth gevonden,
de missing link tussen twee vissen in.
De vinder weende van verwondering.
Onder zijn ogen lag voor het eerst verbonden

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om de vis heenstonden
voelden zich op dat ogenblik verslonden
door de miljoenen jaren achter hen.'

Ga kijken. Ga dat wonder zien. De hapjes die de jongens achteraf eten zijn niet afkomstig van de oerkoning van de zee. Wees gerust.

Dit was het weer voor vandaag. Tot morgen.

op de site van de coelacanth zie je het filmpje.

10 januari 2007

PEDJ EN KELLY

Een tijdje geleden had ik het hier over de CHIN-jongens uit Zuid-Korea, die filmpjes maakten waarin ze playbackten op rare liedjes.

Nu een minstens even vreemd duo. Uit Frankrijk.
Twee stoere jongens van achttien die op hoog niveau rugby spelen, vriendinnetjes hebben en Ben en Max heten.

Maar ze hebben een soort omgekeerde drag-hobby. Op het internet heten ze Pedj en Kelly, en in die hoedanigheid maken ze lieflijke, grappige, suikerzoete filmpjes.

Kijk maar even naar dit filmpje en naar deze of naar deze.

Er is een eigen blog, en er zijn fansites. Binnenkort gaan ze vast fotokaarten laten maken, met handtekeningen erop. Overigens noemt een van de jongens op de eigen site dit zijn opvallendste karakter-eigenschap: narcisme.

LEONARDO

Gisteren dan eindelijk THE DEPARTED gezien, nadat op dit blog o.a. Thomas en Tobias al vurig voor die fim gepleit hebben. Hij was geweldig. Maar waar ik het over wilde hebben: Jack Nicholson en Leonardo DeCaprio. Want zij blinken uit in deze film, waarin sowieso geen spatje verslapping te vinden was.

Nicholson is al vele jaren onomstreden. Leonardo DiCaprio volgde ik al sinds hij een kleine jongen speelde in THIS BOY'S LIFE en WHAT'S EATING GILBERT GRAPE? Prachtige rollen, en daarna kwam nog zoveel méér.
En nu is hij 31 en niet meer zo jongetjes-mooi. Hij is sowieso niet zo mooi. Dat werkt alleen maar in zijn voordeel trouwens. Hij is wie hij speelt.

En daar wilde ik het vooral over hebben: hoe kan het toch dat we in Nederlandse films heel vaak naar een bekende naam zitten te kijken, en niet naar een personage? DiCaprio kan in honderd films opduiken, en steeds boeit hij. Dat hebben sommige Nederlandse acteurs natuurlijk ook - Scholten van Aschat, Bokma, Betty Schuurman, Olga Zuiderhoek en anderen. Maar er zijn er ook waarbij je, hoe goed het verhaal ook is, denkt: ah, daar is ie weer, die doet het toch met die en die, zat hij trouwens ook niet in die soap en wat zit z'n haar dit keer vreemd en dat limburgse accent is ook niet echt gelukt.
Kortom: aan buitenfilmse dingen.
Komt dat simpelweg omdat ze één trucje kennen - en Leonardo honderd?

Enne: welke Nederlandse ster heeft een eigen eco-site? Inclusief kinder-uitleg?

De stad van zilver (door Bibi)

Huu, wat maak ik er een bende van. Dan blog ik weer in de ochtend, dan weer in de avond, dan weer helemaal niet. Dus permitteer ik me vandaag een troepstukje. Wat de hel maakt het uit.
Gisteren ging ik weer eens op weg naar Rotterdam. Ik zette in Amsterdam mijn fiets in de stalling en de meneer van de stalling bevestigde een kaartje op mijn stuur. 'Ach,' zei ik, 'kijk nou een spinnetje.' Er kroop dus een spinnetje achter de bel vandaan.
BENG! deed de man met de bult op zijn hoofd meteen met zijn kniptangetje. Ik schreeuwde. Die man keek heel heldhaftig. Maar toen hij zag dat ik niet schreeuwde van schrik om het spinnetje, maar om zijn handeling werd hij rood. Intussen liet het spinnetje zich ongedeerd aan een draadje langs de spaken naar beneden vallen.
'Ik wilde je alleen maar helpen,' zei hij.
'Wat?' zei ik toen. 'Ik ben de grootste dierenvriend van dit hele station, wat zeg ik van alle stations die de NS rijk is. Van alle stations inclusief de busstations en de taxistandplaatsen en de Wizzlkantoren, de kaartautomaten, de bloemenkiosken en de roltrappen. Met wat wilde je me in godsnaam helpen?'
Hij stamelde dat hij regelmatig grote spinnen moest doden van dames die hun fiets niet van het slot durfden te halen. Spinnen die de donkere hoekjes van de fietsenkelder onveilig maakten. Zijn fietsenkelder. En hij was Tarzan, Superman, Kingkong ineen, en hij deed voor hoe hij die spinnen met zijn versleten Adidas gympjes vertrapte. De man met de bult op zijn voorhoofd en zijn speekselrijke woorden.
Ik kreeg meelij met hem. Hij kreeg meelij met het kleine spinnetje dat hard over de grond probeerde weg te rennen. Hij volgde het met zijn ogen en zei toen ik wegliep: 'Ik zal niet op hem gaan staan ofzo, echt niet. Beloofd. Ook niet per ongeluk.'
Nou ja en toen werd hij natuurlijk met zijn bult en spuug ook een beetje mijn Tarzan. En wat stond mijn fiets daar opeens veilig. Zo veilig dat ik de afklik lichtjes er gewoon op liet zitten.

Toen ging ik met de trein naar Rotterdam en ik huurde er een fiets en daar scheerde ik over de Erasmusbrug. Echt waar, ik hing schuin als een zeilboot boven het asfalt. De wind trok aan de spaken. Ik zag de stad van zilver. Ik zag hoe de storm met de wolken smeet, met het water, met de meeuwen, die ja natuurlijk, ook graag met zich lieten smijten.
Ik remde daar beneden aan de brug niet voor rood. Ik raasde de weg over en in een vloeiende lijn parkeerde ik mijn fiets voor het gerechtsgebouw en ging naar binnen.
Toen ik aan het eind van de dag weer buiten kwam was het al donker. En daar stond weer een stamelende man voor mijn neus. Geen Tarzan van de kruisspinnen, maar wel een man met een doekje rond zijn hoofd. Of ik een dubbeltje voor hem had. EEN DUBBELTJE!
We hadden het laatst over bedelen op dit blog. Of je nu wel of niet moest geven. En later bleek, dat stond in de krant, dat de gemiddelde zwerver meer verdiende dan ikzelf. Nou en? dacht ik. Dus ik zei: 'Een duppie, dat schiet toch niet op?'
'Niet echt,' zei hij. 'Maar het zou toch fijn zijn als u het had.' Dus gaf ik hem twee euro, want bescheidenheid siert de mens.
En toen ik mijn fiets even later weer inleverde op het station, wachtte me daar mijn hond die terugkwam van een logeerpartij. Ze sprong tot aan de hemel. De riem moest daarbij in haar bek. Van vreugde moet ze altijd kauwen.
We liepen naar het restaurant en daar kwam de rest met wie ik had afgesproken. Een gave roedel was het, moet ik zeggen. En daarna aten we, en dronken we. En de hond kreeg van de kok haar eigen bakje met lekkers. Ze schoof het voor zich uit tussen de tafels door en niemand vond het erg, want alle Rotterdammers waren lief. Ja alle Rotterdammers waren lief.
Dit was het weer. Tot morgen.

09 januari 2007

INHOUDSLOOS

Ik zat drie uur in de trein. Ik las en dacht, maar veel soeps was het niet. Daarom hier twee keer iets inhoudsloos':

1.
De trein is een van de enige plekken waar je, behalve thuis naast je partner, mensen live kunt zien slapen. Gewone mensen. Slimme zakenlieden. Hippe meisjes. Geslaagde zeventwintigers. Chique dames zonder hondjes.
Het is fascinerend. Slapers kunnen hun kaken niet controleren en dus zakken die kaken in de standen die de tandarts hen niet adviseert. Ik heb geteld: drie overbeten en één onderbeet. Plus twee keer een sliertje spuug.
(O, hoe kan het nou toch dat je bij het bekijken van slapers altijd denkt aan wakkerkussen? Een rottig sprookjesoverblijfsel. Als ze wakker worden zijn die mensen heus niet bezoenswaardig.)

2.
Er bestaan lieden die bruine boterhammetjes met kaas meenemen, in een zakje. In de trein naar Parijs. En die dat zakje dan opvouwen en terugstoppen in hun jaszak.
Waarna ze gaan kauwen. Monotoon kauwen, rechtstandig, want ze hebben een snor, en misschien een overbeet. En het duurt en het duurt, en het kauwen overstroomt de hele, diep gegeneerde coupé. En dan beginnen die zakjes-eters ook nog eens zachtjes te snuiven. Want ze hebben neushaar.
Ik ben raar en inhoudsloos, ik weet het, maar ik wil zo iemand meppen. Altijd. Recht met de vuist vooruit.
Let wel, ik heb het nog nooit gedaan. Ik heb zelfs nog vrijwel nooit gevochten. Maar toch: mepneigingen.

Mijn excuses.

Goodbye Rotterdam (door Bibi)

Deze foto gaf vriend en fotograaf Pieter Vandermeer me mee toen ik voorgoed vertrok uit Rotterdam.
Maar gisteren was ik er weer. Een hele dag. En straks ga ik opnieuw, voor mijn nieuwe boek. Onderzoek doen.
Dit wordt een kort stukje want ik moet met de trein van half twaalf.
Het is heerlijk weer Rotterdams te horen. Het is heerlijk op de huurfiets over de Coolsingel te fietsen. Die uit te rijden en dan De Erasmusbrug over te moeten. Dan wint Rotterdam het in elk opzicht van Amsterdam.
Maar het andere gezicht van Rotterdam is dat opgefokte, dat 'korte lontje' dat iedereen heeft. Ik ben daar heel vaak uitgescholden. In Amsterdam zal dat ook best gebeuren, maar mij overkwam pas 1 keer (kankerhoer) toen ik tegen iemand opbotste, maar ja, dat was de Kalverstraat.
Gisteren, na 1 kilometer te hebben gefietst was het al raak. Godzijdank niet tegen mij. En een half uur later, in het Gerechtsgebouw waar ik moest zijn, klonk het ook al gauw van hoge muur naar hoge muur: Tyfushond, kankerlijer, vuile teringzooi. Jullie zijn een stelletje #"*%&*...
Goed, ik was weer thuis.
Vandaag ga ik weer vol goede moed op mijn gehuurde fiets de brug over. Ik blijf een Rotterdammer. Ik blijf genieten. Maar morgen krijgen jullie een klein verslagje van mijn Rotterdamse bevindingen. Iets uitgebreider dan vandaag.
Dat was het weer. Tot morgen.

08 januari 2007

GOOGLE GLUG GLUG GLUG

Op het aanbevelenswaardige weblog van auteur John Green - zie hiernaast - zag ik eens een lijstje Googliania. Oftewel: zoektermen die mensen ingevoerd hebben, voordat ze bij zijn site uitkwamen.

Ik ben dat bij onze site ook eens gaan bekijken. Wat zoeken mensen die op dit weblog uitkomen, nu precies voor informatie?
Ik sloeg achterover van wat ik vond. Ik wist dat vooral de gastbloggers dit tot een veelzijdig, allround, mega-kleurig blog maken, maar hoe kan google nu toch in 's hemelsnaam mensen hiernaartoe voeren die zoeken naar:

'modellencontract'
'Roef en Marian songteksten'
'Jernsey en Guernsey zijn de bekendste kanaaleilanden noem er nog twee'
'Surinaamse kerstsongs'
'werken voor Nasa'

Goed. Misschien zijn deze, met wat fantasie, nog terug te voeren op daadwerkelijk hier geplaatste berichten?
Het kan vreemder. Wat te denken van:

'deklast Lets schip Terschelling'
'Juffrouw Nifterink'
'katapult machine'
'wie was manager in 1985 van Aberdeen'

Och, och, valt wel mee. Ik hoor het u denken. Wel, dan deze:

'roestige klont'

Wanneer hebben we het hier over roestige klonten gehad? En vooral: waar zoekt iemand naar op Google wanneer hij 'roestige klont' intikt?

Ons weblog schijnt ook aantrekkingskracht te hebben voor de pornografisch geïnteresseerde zoeker. Dit werd ingetypt en hiernaartoe geleid:
'Sophie Hilbrand naakt volkskrant varken'.
Bij Sophie Hilbrand naakt kan ik me nog iets voorstellen. En dat zij in die hoedanigheid vervolgens in de Volkskrant terechtkomt: ja, plausibel. Maar dat varken? En hoezo wordt dit onschuldige weblogje als vindplaats van al die smerigheid aangeduid?

Zou de volgende zoekactie ook pornografisch zijn? 'Stoere actie Yvon Jaspers'

Google glug glug glug.
Maar innig tevreden werd ik dan toch van ten minste één bepaalde zoekterm. Ik ben heel blij dat wij, blogger en gastbloggers, en u, commenters, met onze dagelijkse gemeenschappelijke inspanning het leven van in elk geval één persoon hebben kunnen verlichten. Dames en heren, we hebben een goede daad verricht. Want iemand kwam bij ons terecht nadat zij - of hij - zocht op
'probleem dunne polsen'.

We mogen blijven.

DE SUBWAY SUPERMAN, OF: DE BEHOEFTE AAN EEN HELD


In Amerika is alles groter. Zelfs de Supermannen zijn er groter. En als ze dat niet zijn, dan worden ze groter gemaakt.

Op de foto staat de 50-jarige Wesley Autrey. Bouwvakker, en, wordt er in de Amerikaanse berichtgeving steeds bijgezegd, Vietnam-veteraan. Hij stond afgelopen dinsdag op zijn metro te wachten. Opeens zag hij hoe een twintigjarige jongen duizelig en misselijk werd, en van het perron op de spoorbaan viel. En de metro kwam eraan. Autrey sprong de jongen achterna. Hij probeerde de jonge Cameron overeind te krijgen, maar dat lukte niet. Toen greep hij hem maar stevig vast en duwde hem naar beneden.
Het publiek gilde en de metro kon niet meer op tijd stoppen. Vier, vijf wagons reden over het tweetal heen. Iedereen hield zijn adem in. En toen klonk vanonder het metrostel een stem: 'Everything's fine down here. I've got two daughters up there. Tell my little girls daddy's okay.'

Apparently heeft hij ook nog tegen de twintigjarige Cameron gezegd: 'Sorry Sir, I don't know you, you don't know me, so excuse me for holding you like this...'

Een mooi verhaal. En Autrey mag het in elke talkshow vertellen.

Wesley Autrey is een geweldige man. Een voorbeeld. Een held ook, want wie zou dit durven?
Maar nu de Amerikanen. Let op. Autrey kreeg:
kaartjes voor The Lion King
een week vakantie in Disney World
5000 dollar van de school van het slachtoffer, plus studiebeurzen voor zijn dochters (die nog maar 4 en 6 zijn)
een make-over op tv van zijn huis
een cheque van 10.000 dollar van Donald Trump
nog wat cheques van anonieme gevers
en
de Bronze Medallion - for exceptional citizenship and outstanding achievement van de burgemeester (een onderscheiding die o.a. ook Martin Luther King kreeg).

'Wait a minute,' zei Autrey, 'maar de echte helden zijn onze soldaten in Irak.'

07 januari 2007

Mijn vader deel 2 (door Bibi)

Mijn vader verzamelt alles over de oorlog. Hij struint de markten en dumpzaken af en doet dat al sinds het begin der tijden, voor mijn gevoel dan. Hij kent alle boeken, alle films, alle musea, alle feiten. Aan zijn muren hangen pistolen en bajonetten. Hij verkleedde mij als kleuter als soldaat. Mijn broer en ik konden eerder salueren dan handen schudden.
Zijn tweede verzamelwoede betreft Romeinse scherven. Er liggen stapeltjes aardewerk in de hoek van zijn kamer. Een aantal scherven fungeert er als asbak. En een paar flinke dakpannen gebruikt hij als boekensteun. Het woordje 'terra sigillata' (glanzend Romeins aardewerk) kende ik eerder dan mijn eigen adres.
Bij beide hobby's werd ik flink betrokken. In het eerste geval kwam het erop neer dat ik behalve als verkleedpop ook fungeerde als reisgenoot naar de diverse musea all over the Benelux. En dan de vele bunkers niet te vergeten. De route '14-'18 die we ieder jaar reden tijdens de zomervakantie en de ontelbare oorlogsbegraafplaatsen die ik bezocht. Ik liep langs de duizenden witte kruisen en las iedere naam. Ik prevelde John en Joe en Jim en rekende uit hoe oud ze waren toen ze stierven. Vaak maar tien jaar ouder dan ikzelf.
Niet lang geleden reed ik Bastogne binnen. Ik wist zeker dat ik er nooit eerder was geweest toen ik opeens de grote tank zag die je bij het binnenrijden van het stadje welkom heet. Ja toch, Bastogne kende ik.
En dan die tweede hobby waarin ik mee moest graven naar eeuwenoude schatten. Troffeltje in mijn hand. Winter, zomer, herfst, de weekenden bij mijn vader wroette ik in de grond op een site op het Zeeuwse land op zoek naar archeologische resten. Ik geloof dat het altijd regende. En een keer ben ik uit pure baldadigheid en verveling zomaar in een sloot gesprongen. Ik nam een aanloop en sprong. Ik kon er zelf niet meer uit komen. Mijn vader haalde me eruit. Zuchtte en reed hiephoi terug naar huis.
Zijn hobby oefende hij niet aleen overdag uit, want op een nacht stond hij aan mijn bed met een kaars. (Zijn huisje had geen elektriciteit.) En hij vertelde dat ik me moest aankleden. 'We gaan scherven zoeken,' zei hij. 'Middenin de nacht?' 'Juist middenin de nacht,' zei hij. 'Het is ultra laag water. Over een uur. We moeten ons haasten.'
Met vrienden had hij toen een vuur gebouwd op het strand en met olielampen zochten we op de bodem van de zee. De bodem die maar heel af en toe droog viel op die plek. En daar moesten ze gebruik van maken. Toen het water terug begon te komen gingen we om het vuur zitten en dronk ik als elfjarige mijn eerste whisky. Ik voel nog hoe die te grote slok brandend naar beneden gleed en mijn hele lichaam vanuit mijn buik opwarmde.
Maar dat wilde ik allemaal niet vertellen. Het is een aanloop voor de enige keer dat ik hem echt gelukkig heb gemaakt met een cadeau.
Ik liep een paar jaar geleden op mijn kaplaarzen dwars door een beekje te wandelen in de Ardennen. Wandelen door een beek is leuker dan wandelen naast een beek, ontdekte ik. Opeens zag ik iets ongewoons op de bodem van het kabbelende water liggen. Ik stroopte mijn mouwen op. Degene met wie ik was zei dat het een ordinaire steen was. Maar dan ken je mij niet, en mijn opvoeding niet, dus ik bleef sjorren en trekken tot ik een helm naar boven viste. EEN HELM!!!!!!
Ik belde diezelfde week nog bij mijn vader aan. De helm zat nog in de plastic zak toen ik die aan hem overhandigde. 'Ik heb iets voor je gevonden,' zei ik.
Normaal was hij degene die met gevonden cadeautjes kwam aanzetten: van gedroogde schorpioenen tot zwembroekjes tot chocola die best nog wel kon. Maar nu was ik het eindelijk een keer.

Nooit in mijn leven, nooit, heb ik iemand zo zien schitteren bij het in ontvangst nemen van een cadeau. Hij nam het aan en zei alleen: ' Deutsche Fallschirm, Tweede Wereldoorlog, zoveelste divisie 1943. Die heb ik nog niet.' Hij heeft een plank vol helmen. Een kast vol, maar geen Duitse parachutistenhelm. Hij haalde de helm eruit. Zuchtte: 'Ja, die had ik nog niet.' Hij had daarna geen oog meer voor mij. Ik heb mijn koffie opgedronken en ben stilletjes weggegaan.
Dit was het weer. Tot morgen.

Op de foto de collectie van Erik Zwiggelaar.

06 januari 2007

DE MAN DIE WILDE

Over het algemeen is het handig om, als je iets wilt, dat ook echt te willen. Dat helpt de boel vooruit.
Maar gisteren ontmoette ik de meest willende man ter wereld.

Ik ben in Parijs. We gingen ergens wat eten. En kijk eens, twee panden verder was een nieuw pasta-restaurantje.
We kwamen binnen en werden door de eigenaar met een warm-warm-warm welkom ontvangen. 'Wilt u daar zitten? Uiteraard! Zit u goed? Is het niet te koud?' Ons antwoord werd niet eens afgewacht, er stond meteen al een straalkacheltje naast onze tafel.
Het ging verder in die trant:
'We hebben nog geen alcohol, maar we hebben wel water (opsommen alle watermerken), we hebben ook sapjes (opsommen alle sapsoorten). Hier is het brood. Is het brood goed? Wilt u meer brood? Wilt u boter bij het brood? Als u pasta neemt, welke pasta wilt u dan? Kijk, hier staan de soorten op het bord (opsommen van alle pastasoorten).'
En we waren, op dit punt aangekomen, nog maar 4 minuten binnen.

Een aanrennend klein zoontje werd van onze tafel weggesjsssssssst. De rekening werd op een blaadje binnengebracht, met snoepjes, en chocolaatjes, en een kaartje, en excuses, en groeten, en dank.

De eigenaar bleek zijn zaak nét geopend te hebben. We waren misschien wel zijn eerste klanten. Hij somde uiteraard nog op wat hij ook nog voor ons kon betekenen (catering, lunches, take-away) en toen bij het verlaten van de zaak de klink uit de deur viel, viel de eigenaar ook op de grond - van pure schaamte en nederigheid.

De man die wilde was misschien een beetje te veel aan het willen. En toch, en toch. Ik vond hem sympathiek. Ik wil dat hij het redt. Maar zal zijn willen een stoomwals van willen worden, die zodra je hem in zijn vooruit zet stram àchteruit rijdt, over zijn eigenaar heen?
Waarom moet alles toch altijd in balans zijn, snotverdee. We houden van mooie mensen, maar ze moeten niet perfect zijn. We houden van melancholie, maar echte droefenis is ons te veel. We houden van bestdoeners, maar aanstellers honen we weg. Willers mogen, maar te graag willende willers verkruimelen zichzelf. Waarom is dat zo?

Ik ben een beetje in de war geraakt tijdens het typen van dit stukje, maar eigenlijk wil ik één ding heel graag: dat jullie naar Parijs komen, en bij de man die wilde gaan eten. Elke avond. (Hij heeft ook hele lekkere bruschetta's! Zal ik even opsommen welke?)

Versierde pleintjes (door Bibi)

Gisteren de jeugd, vandaag de ouderdom. Ik hou van oude mensen, net zoals ik van kinderen hou. Alles daartussenin, mwah!
Laatst drong er een bejaard echtpaar voor. Zonder blikken of blozen. Ik zei tegen de jongen achter de toonbank: 'Die bejaarden van tegenwoordig!' Het grappige was dat ze even beledigd opzij keken en daarna gewoon doorgingen hun bestelling te plaatsen. Nou, dat zie ik zelfs de gemiddelde hangjongere nog niet doen.
Bejaarden mogen met hun rollator tegen mijn hielen rijden, ze mogen het fietspad blokkeren met hun oude mazda, voorpiepen, drie keer hetzelfde zeggen, mopperen. Ik vind het niet erg. Maar over dat soort ouderen wil ik het hier eigenlijk niet hebben. Ik wil het over oude mensen hebben die zinnige dingen vertellen.
Zo lees ik graag Vroman. Zijn dagboek vond ik adembenemend. En gisteren las ik gedichten die de Poolse nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz schreef voor zijn dood op 93-jarige leeftijd. De wijsheid die daaruit spreekt is overstelpend. En het is niet eens een hogere wijsheid, dat is het mooie. Het is een dageljkse wijsheid. Het gaat over dingen die we allemaal kunnen voelen, maar we weten niet precies hoe we het moeten zeggen. En als we weten hoe we het moeten zeggen klinkt het vaak onnozel.
Uit de mond van een wijze oude vrouw of man klinkt niets onnozel. Wat ze zeggen drink ik op. Klokklok, weg. En vul het glas maar bij. Hun verleden is een landschap, hun toekomst een pleintje om de hoek. En je kunt als bejaarde twee dingen doen. Je pleintje versieren, of je pleintje verkopen. Wie zijn pleintje verkoopt is A, F, af. Maar wie zijn pleintje versiert, heeft een groot recht van spreken.
Nu kom ik op mijn volgende punt. Waarom draait zoveel om jonggroenprilligjong? Ik pleit voor oudgrijsrimpeligoud. En als je dat lange woord snel uitspreekt dan eindigt het niet op 'oud' maar op 'goud.'
Nu zit ik vanavond met de Turkse pizza en mijn liefje op de bank voor het televisieprogramma X-factor. En wel om Dorine te zien zingen. Niet dat ze de mooiste stem heeft, maar omdat ze zo pleintjesversierd oud is. Niet echt oud. 67 pas. Maar ze valt wel op, dat moet gezegd. Mijn hart sprong vorige week op toen in de zaal tijdens haar zingen een bordje omhoog ging met daarop: Hup oma.
Ik wilde op haar stemmen. Maar deed het niet, lafaard die ik ben, omdat ik niet deze week groot in beeld, ten overstaan van de hele natie, mijn naam wil zien verschijnen: BDT is de winnaar van de JVC-toren met uniek draadloos lcd-scherm dat vergezeld gaat van vijfweg dolby surround boxen inclusief uniek geluidshinderscherm. Mijn hemel, dat nooit.
Maar Dorine dus, die temidden van knipogende jongens en plastic meisjes gewoon zichzelf blijft. Haar schouders ophaalt, zingt en weet dat ze niks te verliezen heeft. Alleen te winnen. En zelfs als ze niet wint is haar pleintje allang gepimpt. Blingbling gemaakt. Klaar voor het echte feest.
Nou ja, als ik geen kinderboeken meer wil schrijven begin ik een nieuw genre: bejaardenboekenschrijver. Dat heeft de toekomst. Wedden?
Dat was het weer. Tot morgen.

05 januari 2007

Jeugd (door Bibi)

Edward kondigde de documentaire 49-up aan. Ik zag hem zojuist pas. Morgen wil ik schrijven over ouderdom en nu iets over jeugd. De portretjes van de zevenjarigen vond ik zonder uitzondering het mooist. Niet alleen vanwege het broze, maar vooral omdat de kinderen zo goed wisten wat ze wilden worden. Astronaut, taxichauffeur, twee kinderen krijgen, verhuizen naar Afrika. En vaak gebeurde het ook. Of in ieder geval lag hun later leven in de lijn die ze als kind al voor zichzelf hadden uitgestippeld.
Ik had vroeger geen idee. Geen enkel idee. Maar hadden ze het mij gevraagd dan had ik zeker wel iets geantwoord, alleen wat? Vooruitdenken aan later is iets onmogelijks voor mij. En dat is altijd zo gebleven. Ik kan zelfs geen boodschappen vooruit doen. Mijn kastjes zijn altijd leeg, dus hoe zou ik mijn toekomst moeten invullen?
De portretten van die grootgeworden kinderen in 49-up worden raar genoeg met de jaren steeds minder interessant. Het lijkt wel of ze de beloftes inmiddels aan zichzelf hebben ingelost en nu niet veel meer hoeven te doen.
Hoe kan dat nou als je 49 bent? Of zag ik het te negatief? Of waren de gefilmden het beu over hun leven te vertellen?
Gisteren was ik zo blij met jullie reacties, blogbezoekers van Edward, en nu jullie ook een heel klein beetje van mij zijn wil ik jullie nogmaals vragen iets te delen. (Hierna zal ik niet meer zulke persoonlijke vragen stellen.) Maar wie wist wat hij later wilde worden? Wie stippelde er in zijn hoofd een lijn uit? Wie is er inmiddels al uitgestippeld? Wie kan net als ik ueberhaupt niet stippelen?
Ik had wel een uiterlijk toekomstig beeld van mezelf. Ik zag mezelf als ik aan later dacht als een mevrouw. Dat was een geruststellend idee. Ik wenste namelijk vurig een jongen te zijn, maar dat zou, dat wist ik zeker, met de jaren wel goedkomen. En dus zag ik mezelf in een rok met paardenstaart. Dat is eigenlijk het enige.
En als ik nu aan later denk, dan kan ik alweer niets verzinnen. Niets. Maar morgenavond eet ik zelfgemaakte Turkse pizza.
Dat was het weer voor vandaag. Tot morgen.

FINLAND IN GRONINGEN

Een tijdje geleden waren Bibi, Jan Paul en ik in Finland. Ik blogde toen over de Golden Age van de Finse schilderkunst (rond 1900). Een ver en plaatsgebonden onderwerp wellicht.
Maar zie nu eens welke nieuwe expositie er in ons eigen Groninger Museum is? Die met het werk van de belangrijkste vertegenwoordiger van die Golden Age: Akseli Gallen-Kallela.

Het museum schrijft:
Komende winter presenteert het Groninger Museum de overzichtstentoonstelling van de meest beroemde en belangrijke kunstenaar van Finland: Akseli Gallen-Kallela (1865-1931). De magie van Finland. De tentoonstelling toont het veelzijdige oeuvre van deze kunstenaar die leefde rond de eeuwwisseling en die verantwoordelijk is geweest voor grote veranderingen in de Finse kunst. Met zijn schilderijen heeft Akseli Gallen-Kallela de basis gelegd voor het visuele, nationale geheugen van de Finnen en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan het vormgeven van de Finse identiteit. Wat Repin is voor Rusland is Gallen- Kallela voor Finland.

Toeval bestaat niet. De wereld is een knikkertje. In Groningen begint de Golden Age. En Helsinki ligt maar een uurtje of wat van Amsterdam. Tot medio april.

04 januari 2007

DE CHIN-JONGENS!

Ze komen uit Zuid-Korea. Niemand weet wie ze zijn. Ze hebben onder de titel CHIN in elk geval drie videootjes van zichzelf gemaakt en ze zijn al een paar jaar (de filmpjes dateren in elk geval van vóór 2002) een kleine internet-rage.

Maar kijk eerst even via deze link, dan wordt de rage begrijpelijk.

Wat je hierboven zag, was de bekendste video van de Chinners. Maar er zijn er nog twee, en ook die zijn vrolijk en gek en grappig. Kijk voor die andere twee nog even hier en daarna hier.

Ook fan geworden?

Dan is er ook nog de speciale Oh how we love Chin-pagina...

Geluk (door Bibi)

Op de foto de tent van een van de mooiste plekjes ooit. Natuurlijk zonder mensen in de wijdewijde omtrek.

Vandaag wou ik het eens over geluk hebben. Om te beginnen is geluk natuurlijk een taart in de oven. En omdat ik van het kerstdiner nog vier eiwitten in de ijskast had bewaard besloot ik eens merengues te maken. Dat had ik nooit eerder gedaan. Alleen ik had geen basterdsuiker in huis.
Het is een makkelijk recept volgens het kookboek: eiwit en basterdsuiker, klaar. Dat moest toch lukken. Maar in het buurtwinkeltje was de basterdsuiker op. Na enig aandringen (ik heb een hekel aan de supermarkt verderop) vond het meisje nog een aangebroken zakje in het magazijn met daarop de uiterste houdbaarheidsdatum: januari 2000. Zeven jaar over tijd. Maar ik, met een opvoeding waar ik gisteren over schreef, haal daar mijn neus niet voor op en liep vrij gelukkig naar huis en nu staan er zeven joekels van schuimpjes op een laag deuntje in de oven te soezen. Geluk.
Maar dan nu het echte Geluk. Echt Geluk valt eigenlijk niet voor te bereiden. Is die taart in de oven dus wel echt Geluk? Nee, die taart in de oven is tevredenheid. En tevredenheid heeft niets met Geluk te maken. Geluk is een dieper ademhalen. Onverwacht. Het overvalt je van achteren en het verlaat je voor je het eigenlijk goed en wel hebt kunnen voelen. Het is ondeelbaar. Ongrijpbaar. Onoproepbaar.
Er is eigenlijk maar een situatie waarin ik op mijn geluk kan gaan zitten wachten. Een moment waarvan ik van te voren zou kunnen vermoeden dat er misschien een geluksmoment aan zit te komen en dat is wanneer ik midden in de nacht in mijn eentje in de auto zit. Tot twee jaar geleden hoorde daar de motor ook nog bij, maar die is verkocht.
Het vreemde is dat Geluk vaak in herinneringen zit. In foto's. Dat ik Geluk dus achteraf beleef. Dan loop ik langs een beekje waarin ik even daarvoor mijn appeltje nog heb gewassen en dan weet ik: over drie dagen ben ik hier gelukkig om. Op dat moment ben ik innig tevreden dat wel, maar het Geluk komt later. Wat is dat toch?
Hoe beleven jullie, gastbloggers, Geluk? Kunnen jullie het voorbereiden? En terwijl ik hierover schrijf merk ik dat Geluk bij mij vaak in snelheid zit, in beweging. Die rolschaatsen van vroeger. Maar ook in fietsen en in hardlopen en van een berg afrennen, zo hard dat je benen het niet meer kunnen bijhouden, vallen, Geluk. Zwemmen in te hoge golven, de zee die je over de bodem meesleurt, het zand dat schuurt.
Het leukste spel met mijn broer was vroeger: samen op 1 fiets met een flinke aanloop keihard de bosjes in rijden zodat je over het stuur geslingerd werd en ongecontroleerd de struiken in vloog, Geluk. Geluk dus met een grote G van God.
Dat was het weer voor vandaag. Tot morgen.

49-UP

De beste en spannendste en intrigerendste real-life-serie bestaat al sinds de jaren zestig. In 1963 werden veertien Engelse kinderen van zeven jaar geïnterviewd over hun leven. Het resultaat daarvan werd 7-UP genoemd. Het was niet de bedoeling dat er een vervolg zou komen, maar na zeven jaar zocht maker Michael Apted de kinderen weer op, en maakte een vervolg: 14-UP. Sindsdien doet hij dat elke zeven jaar. Ik heb 21-UP, 28-UP, 35-UP en 42-UP gezien, en vanavond is 49-UP op televisie.

Ik herinner me de uitzendingen die ik zag als duizelingwekkend. Wanneer zie je verschillende levens zo zichtbaar aan je voorbijtrekken?
Het bijzonderst is elke keer weer het leven van Neil. Als zevenjarige was hij vrolijk en grappig. Op zijn veertiende was hij een bedachtzame, serieuze jongen. Maar op zijn eenentwintigste was hij een dakloze en nerveuze verschijning. In de follow-ups heeft hij niet altijd meegewerkt, maar in 49-UP is hij weer van de partij. Ik zal niet verklappen hoe zijn leven verlopen is.

Ook sommige anderen lieten af en toe een aflevering schieten. Uiteraard beet het project zichzelf in de staart: door de serie werden sommige zo beroemd dat hun leven erdoor beïnvloed werd. Een van de deelnemers, een taxichauffeur, kreeg een rolletje in EASTENDERS als... taxichauffeur.

Elke zeven jaar worden de deelnemers dagenlang gefilmd en zes uur lang geïnterviewd. Vanavond niet alleen beelden uit 2005 (toen ze allemaal 49 waren), maar ook uit alle vorige afleveringen. Deze soms angstwekkende serie met een frequentie van eens in de zeven jaar mag niemand missen... (23.00 uur, Nederland 2)

03 januari 2007

Mijn vader deel 1 (door Bibi)

In mijn aankondiging schreef ik dat ik een stuk of drie keer over mijn vader zou schrijven. Ik weet niet of ik dat echt ga doen, maar een keer moet, want gezegd is gezegd.
Goed, daar gaan we dan.
Ik schreef al dat hij het toch niet zou lezen want de computer zou zijn handen niet overleven. Dit gezegd hebbende is het dus een wonder dat ik zijn opvoeding wel heb overleefd. Als je al van opvoeding kunt spreken. Opgroeien in de buurt van mijn vader deed je met gevaar voor eigen leven. Het was een echte survival. Maar ik heb het gered.
Het was een paar keer kantje boord. Telkens ging het gierend door de bocht (waarbij een keer letterlijk) maar hij wist toch steeds op tijd weer te remmen.
De thermometer hierboven vormde de eerste echte beproeving. Al zat mijn moeder al veel eerder met me in het ziekenhuis omdat mijn vader me net na de geboorte aan een arm uit de wieg had getild. Niet met opzet, god nee, maar net zoals hij niet weet hoe hij een computer aan en uit moet zetten, zo wist hij ook niets van baby's af. De arm lag uit de kom maar zat er weldra weer in. No spang.
Mijn vader spaarde alles. Vooral messen, geweren, helmen en patroonhulzen waren favoriet. Maar toen de thermometer (na wild gebruik waarschijnlijk) brak had hij zijn ultieme verzamelobject gevonden: kwik. Hij spaarde kwik in een flesje omdat dat zo leuk bewoog. Dat flesje bewaarde hij bovenop zijn nachtkastje, altijd paraat. De gameboy avant avant avant la lettre.
Nou ja, en toen kwam ik, draaide het dopje van het flesje en klokte het zo achterover. Sirene, ziekenhuis, bijna dood.
Daarna bleef het een tijdje rustig. Dat kwam waarschijnlijk ook omdat mijn moeder bij hem wegliep. Maar wat waren de weekenden bij hem spannend.
Alles mocht. Alles. En dat was bijna weer mijn dood. Ik was rolschaatsfanaat. Echt fanaat. En toen kreeg ik een geweldig idee. Ik vroeg aan mijn vader of ik achter zijn auto mocht hangen. Tuurlijk mocht dat. Hij ging toch boodschappen doen.
Hij trok op en weldra vergat hij waarschijnlijk dat er een kind achteraan zijn bumper hing. Ik riep nog dat het zo wel goed was. Maar hij schakelde naar zijn twee, naar zijn drie. Ik liet los. Ging op mijn wieltjes harder dan Wennemars, en bleef overeind. Mijn vader keek niet eens om. Een uur later was hij weer thuis. En vroeg alleen of het leuk was geweest.
Voor de rest viel het mee. Dat wil zeggen, mijn zusje viel door zijn toedoen een keer door een luik per ongeluk drie meter naar beneden. De schildpad Moos werd in de tuin gekliefd door zijn spade. Er zijn vele fietsen en auto's aan gort gereden. Zijn huis heeft hij een paar keer per ongeluk in de fik gezet. Ieder jaar staat er op zijn verlanglijstje: wijnglazen, koffiekoppen, een asbak. Alles op straat krijgt bij hem een tweede leven. Ook voedsel. Dus mijn maag is goed getraind. Andere kinderen waren ziek geworden, maar de sinaasappels die op het strand waren aangespoeld kregen wij uitgeperst bij het ontbijt. En als we zeiden dat het heel vies smaakte dan noemde hij ons watjes. En dat was de grootste belediging die er bestond.
De uitdaging was voor mij dus om mijn vader bezorgd te krijgen. Dat is nooit gelukt. Ook niet toen ik ondersteboven aan een tak ging hangen tien meter boven de grond. 'Ik laat mijn handen los hoor,' riep ik. Je doet maar, zei hij. Nu doe ik geen moeite meer. Het lukt toch niet.
Dit was het het weer voor vandaag. Tot morgen.

EEN OPTOCHT VOOR TYTER


Op dit schilderij van Jan Miense Molenaer is een begrafenisoptocht te zien die op 29 januari 1634 ook werkelijk gelopen is.
Kijk, daar zien we de schout. Hij heet Willem de Bondt en is tevens ketterjager. Hij maakt katholieken, joden en remonstranten het leven meer dan zuur - gelukkig met niet al te veel succes, want de schout is een nogal sullige schout.
Maar nu is hij droevig.
Er lopen kinderen van hoogwaardigheidsbekleders mee, ze dragen allemaal zwart.
En daar is de vrouw van de schout, Maria, van wie gefluisterd werd dat ze het hield met de organist van de kerk - ‘wiens ving’ren zijn gewent, te hand’len haer luyt’.
Ach, en er lopen ook honden mee in de stoet. Ook de honden dragen rouwsluiers over hun kop. Vorst is er, zo heet die ene rouwende hond, en Spier, dat is de andere.
Er moet ook nog een kat meegelopen hebben, maar volgens historici 'wilde zij niet volgen en nam de vlugt.'

Waarom liepen zij daar, in 1634?
Vanwege Tyter.
Tyter was dood.
En Tyter was het hondje van de schout.

Tyter stierf aan de gevolgen van een keelaandoening. Maar die kwam zo plotseling opzetten dat de schout het niet vertrouwde. Volgens hem had het dienstmeisje de hond vergiftigd. Tja, de schout had dat dienstmeisje ooit eens zwanger gemaakt, misschien was ze daar nog boos over? In elk geval liet de schout de beste wetenschappers komen voor een autopsie.

Van Tyters ziekbed bestaat óók een schilderij van Jan Miense Molenaer. En de Amerikaanse kunsthistorica Cynthia van Bogendorf-Rupprath is onlangs gepromoveerd op Tyter, en vandaar dat we dit allemaal weten.
De grote dichter Vondel was zeer verbolgen over al deze gekte. Hij had zelf net twee kinderen verloren en schreef dus een vlammend hekeldicht over De Bondt en zijn geliefde Tyter. Via dat gedicht kwam De Bondt ook in DE VUURAANBIDDERS van Simon Vestdijk terecht.
Het allermooist aan dit verhaal (naast het feit dat Tyter nu al bijna vier eeuwen leeft!) is dat er vlak na de begrafenis een spreekwoord ontstond: 'Hij is bekend als De Bondt met zijn hond'. Dat spreekwoord gebruiken we nog steeds, zij het een beetje verbasterd: Bekend staan als de bonte hond.

02 januari 2007

Voornemens (door Bibi)

Gisteren liep ik door het park. Het was 1 januari en ik ging als een hinde. Nou ja, als een goedgemutst hertje. Mmmm, ik liep waarschijnlijk als een zwabberende eland, MAAR ZO VOELDE HET NIET! In ieder geval was ik nog geen kilometertje onderweg en daar liepen breeduit op het pad een stel jolige dertigers. Type makelaar. 'Zo,' zeiden zij en de nieuwjaarswalm uit hun mond vormde een bijna ondoordringbare muur waardoor ik vertraagde en de vraag diep tot mij kon doordringen. 'Goede voornemens?' Natuurlijk, dacht ik, mensen die op 1 januari iets doen, wat het ook is, die doen dat omdat ze zich dat hebben voorgenomen.
Ik liep daar dus als eland in slow motion en alles wat ik deed was liegen. Ik zei namelijk 'ja'. Waarom mag Joost weten, want vorige week liep ik ook door dat park en de weken daarvoor ook. En als ik echt die eland was geweest had ik mijn gewei eens even lekker in die te vroeg uitgezakte makelaarsbuiken gemanoevreerd, maar ik liep verder. Zelfs niet als eland dus, maar als aangeschoten wild. Het was geen gezicht wat zich daar over de paden voortbewoog.
Maar dan kom ik bij mijn punt. Niet die opmerking van de erniettoedoende makelaars van het leven hadden mij geraakt. Maar het feit dat ik me niets had voorgenomen. NIETS! Geen sikkepitje. Dat was nieuw.
Was ik zo geweldig dat ik me niets hoefde voor te nemen? Of was ik zo lamlendig omdat alle voorgaande voornemens waren mislukt zodat ik dit jaar niet eens meer de moeite nam me nog iets voor te nemen. DAT! dames en heren, bezoekers van dit blog, houdt mij sindsdien bezig. Ik hoef geen antwoord op deze vraag. Ik zal het zelf geven. Tot mijn verbijstering is het antwoord: het heeft toch geen kans van slagen.
En toch hou ik van voornemens. Maar telkens mislukken ze. Je staat jezelf voortdurend in de weg. Als ik er zelf nou bijvoorbeeld niet was, dan zou ik heel goed zijn me aan mijn voornemens te houden. Ik zou heel gemakkelijk nee kunnen zeggen tegen bepaalde dingen. En ik zou ook vroeger opstaan. Maar ik lig mezelf om zeven uur 's ochtends voortdurend in de weg.
Hoe doen jullie dat? Dat zou ik nou graag eens willen weten. En hoe lang houden jullie het vol? En wat voor soort voornemens hebben jullie? En wat zouden jullie tegen de makelaars op jullie pad hebben gezegd? Ik reageer nogal secundair. Ik heb een rondje lang nagedacht over wat ik alsnog tegen ze zou kunnen zeggen als ik ze weer tegenkwam, maar gelukkig kwam ik ze niet tegen, want alles klonk even beroerd wat ik verzon.
Dat was het weer voor vandaag. Tot morgen!

BOMJAN IS ER WEER

Bomjan is zestien jaar oud. Bomjan moet wel de reïncarnatie van Boeddha zijn.

Bomjan heet eigenlijk Ram Badahar Bomjan en is een boerenzoon uit Nepal. Vorig jaar zat hij, net als prins Gautama ooit, opeens onder een pipalboom. Hij bleef er tien maanden zitten, at en dronk niet, overleefde een slangenbeet en toen zijn kleren spontaan verbrandden hield Bomjan er geen enkel litteken aan over. Natuurlijk werd dat opgemerkt. Wie wilde kon Bomjan bezoeken. Maar niet van vijf uur 's avonds tot vijf uur 's ochtends - dan was er privé-tijd. At hij dan, dronk hij dan, sprong hij dan heen en weer om aan lichaamsbeweging te komen? Het is niet bekend.

En toen was Bomjan opeens zoek. Weg. Misschien was hij dan toch de nieuwe Boeddha niet?

Maar nu, na negen maanden, is hij weer terug!
Hij is op dezelfde plek teruggekeerd, onder de pipalboom - zie de foto.
Nepalese dokters hebben hem onderzocht: In a time period of half an hour the meditator inhaled three times, swallowed saliva once and moved his eyelashes” said Dr Shah. He further added that even if he eats during the night he is an extraordinary person for being able to sit in a single posture for 12 hours in a row. He thinks that Bomjan has been able to do the impossible because of the practice of Yoga. Shah says: "Investigation is necessary for this challenge to the medical world."

En - is hij nu de nieuwe Boeddha? Er blijft twijfel. Ten eerste werd hij bij zijn terugkeer aangetroffen met een zwaard - en een zwaard komt slecht overeen met de boeddhistische leer. Bovendien is hij nogal dik geworden. 'Ik heb alleen maar wilde kruiden gegeten, dus ik begrijp dat zelf ook niet,' zegt Bomjan.
Tegenstanders beweren dat hij een bedrieger is die voor de communistische rebellen werkt.

Maar wat zegt Bomjan zelf? Dat de bezoekers hem geen Boeddha moeten noemen. 'Ik heb de energie van Boeddha niet.' Hij wil zes jaar mediteren, dat is zijn plan. En geld en giften zijn niet nodig.

Een intrigerend verhaal. Kijk even naar dit filmpje, waarin ook zijn broer en zijn moeder te zien zijn.

01 januari 2007

In Edwards huis (door Bibi)

Vanuit Edwards huis wens ik alle voorbijgangers hier een goed, moedig en gelukkig nieuwjaar toe. Het is nogal een eer om dat op deze plek te mogen doen.
Mijn nieuwe kamer in Edwards huis is wit. Oningericht nog. En ik heb geen idee wat ik er aan spullen neer zal zetten. Maar wat het ook zal zijn, ik weet me beschermd door Edwards dak en fundament.
Allereerst de foto die hij bij mijn aankondiging plaatste. Die werd genomen tijdens de presentatie van het kinderboekenweekgeschenk. Ik kreeg het geschenk uit de bek van Jari de reddingshond. Ze hadden van te voren met hem geoefend. Steeds verstopte zijn trainer het boekje, waarop Jari het moest gaan zoeken. Tijdens de training was Jari alleen zo aan 'Laika' gehecht geraakt dat hij het niet meer wilde loslaten.
Op de grote dag werd het boekje dan eindelijk verstopt in de zaal waar de presentatie werd gehouden. Jari had niet lang nodig het te vinden. Hij moest langs een aantal blindengeleidehonden, die tot de genodigden behoorden, en daar lag 'Laika' verborgen in een plantenpot.
Jari gaf het me. Ik moest een beetje trekken. Er zat spuug op. Er stonden tanden in. Telkens als ik deze foto zie ben ik weerloos. Natuurlijk niet vanwege mijzelf maar vanwege Jari, die na zijn opleiding mensen gaat redden en die nu zijn speeltje af moest staan aan mij. En omdat ik dat niet verdragen kon stuurde ik hem gauw een nieuwe 'Laika' op. Maar die werd onderweg bij de post gestolen, zodat bij Jari alleen de envelop arriveerde. Inmiddels is er alweer een nieuwe 'Laika' onderweg. Dit keer met een grote stinkende pensstaaf tussen de bladzijden zodat niemand het boekje meer wil stelen.
Op de foto hierboven is een reddingshond te zien die werd ingezet vlak na de aanslagen in New York.

Ik zal niet steeds over dieren bloggen hoor. Ik wil ook drie keer schrijven over mijn vader. Hij is een personage dat ik nergens kwijt kan. In mijn boeken niet, bedoel ik. En toch is hij zeer vermeldenswaard denk ik. Dus in Edwards huis kan ik hem wel een plekje geven. Hijzelf zal het niet lezen. Hij zit op een savanne aan de andere kant van de wereld.
En al zou hij hier zijn dan nog las hij het niet omdat hij niet eens weet hoe een computer werkt. Het knopje indrukken zou al een probleem zijn, omdat het knopje er zeker aan de andere kant van de computer weer zou uitkomen. Hij zou het met een vloeiende beweging dwars door het scherm heen jagen. Hij is te wild, te impulsief en te ongeduldig voor fijngevoelige apparaten. Maar daarover waarschijnlijk meer.
En verder schrijf ik over dingen die per ongeluk voorbij komen. Zo zal mijn kamer in Edwards huis eruit gaan zien. Als een sprokkelbende. Het zij zo.
Tot morgen dan.

NAAR MOSONMAGYARÓVÁR

Gelukkig tweeduizendenzeven! En waar moeten we dit jaar naartoe? Naar Mosonmagyaróvár!

Ongeveer driekwart jaar geleden was ik in Noorwegen en daar sprak ik verschillende jonge Noren die onafhankelijk van elkaar, allemaal naar Thailand gingen. Om vakantie te houden, ja natuurlijk, maar vooral om er een maatpak te kopen én... om hun tanden te laten bleken. Decadentie.

Sinds kort is er een soortgelijke vreemde bestemming. Het kleine Hongaarse plaatsje Mosonmagyaróvár namelijk. Dat is namelijk een tandartsenplaatsje. Er wonen er drie keer zoveel als bij ons.
Ik las het in de Volkrant: het gaat goed met Mosonmagyaróvár, vanwege het tandartstoerisme. Duitsers, Britten, Ieren, Amerikanen en steeds meer Nederlanders vliegen en rijden voor de goedkope tandartsprijzen naar het stadje. Een kroon zetten? Tweehonderd euro (In NL 600). Tandimplantaten? Zeshonderdtwintig (In NL gemiddeld 1500). En bij de hotels liggen standaard icepacks in de vriezer.

Erg populair is de dental week. Maandag polijsten, vrijdag kroon op je kiezen. Daartussenin: uitstapjes naar Wenen of Boedapest.

Zin in een wonderlijk reisje? Voelen we al wat in de rechterbovenkaak? Of gaan we erheen om de tandartstoeristen te bekijken? Tandartstoeristentoerisme?