25 januari 2007

Zingen..... (door Marieta)

In de cursusjaren van Kalligrafie had ik een “maatje” Petra. Petra en ik rookten graag een sigaretje of twee in de pauze. Zij ging naar een andere dag voor de lessen en we verloren elkaar uit het oog. Enkele jaren later ontmoetten we elkaar weer bij een inhaalles. Een gezellig weerzien maar met één verschil: Petra was gestopt met roken en vermeldde dat met: Ik kan weer zingen! En dat maakte mij jaloers. Ik kon ook niet meer zingen door het roken.
Zingen had altijd een deel van mijn leven uitgemaakt.

Toen ik in de basisschoolleeftijd was en in Den Haag woonde, werd ik eens meegenomen door een vriendinnetje naar een speciale zangles. De juf daar liet ons de gewoonlijk gesproken zinnen zingen. Ik kreeg de opdracht om een appel te gaan kopen op de markt. Dat was vreemd en ik moest wel even over een drempeltje heen. Maar ik deed het wel. Zoiets als:

Het was zo’n bijzondere ervaring dat ik mezelf nu nog voel in die situatie: ongemakkelijk maar moedig meezingend.

Op de basisschool werd veel gezongen. Gewone versjes, maar we moesten ook elke week een couplet leren van een psalm of gezang. En later op de MULO hadden wij een fantastische zangleraar die ons met diverse liederen in een andere taal liet kennismaken.
Als kleuterleidster had ik tot taak om tenminste wekelijks één liedje aan te leren. Met de kleuters werd altijd heel veel gezongen. We kregen daar aparte zangles voor.
Hoe kom ik op dit onderwerp?
In de krant stond een berichtje: Kleine mensen worden groot door met elkaar te zingen en te dansen. En enkele weken geleden las ik ergens: Zing toch alsjeblieft dagelijks met baby’s en kleuters. Het is zo belangrijk voor later.
Kinderen vinden zingen leuk, maar tegenwoordig zingen ze veel na van popmuziek, spontaan zingen is er niet veel meer bij. Op Pabo’s wordt er niet zo veel aandacht meer aan besteed, naar wat ik hoor. En volwassenen zingen nog wel, maar veelal als hobby in een koor.
Zomaar spontaan een liedje zingen doen we niet veel meer en zeker niet in het openbaar. Wij kijken op als iemand ons passeert die zomaar zingt.
De ouderen van vroeger zingen nog veel uit hun hoofd, denk maar aan de Hollandse liederen en de meezing-smartlappen. Zo’n avond met herkenbare liedjes meezingen, liefst met een accordeon, slaat altijd aan. (Ik ben het met Edward eens dat uit je hoofd leren om er later gebruik van te kunnen maken heel waardevol is. Ook mij spelen regelmatig zinnen en gezegdes door het hoofd die dan passen in een bepaalde situatie.)
Wat zou er gebeuren wanneer iemand zomaar iets zou gaan zingen op straat. Bijvoorbeeld “Het kleine café”. Zou je mee gaan zingen? Zou er een groot straatkoor ontstaan waarvan de deelnemers na het lied weer gewoon hun weg vervolgen met een voldaan gevoel? Even een stukje saamhorigheid via zingen? Stel dat we dat heel gewoon zouden vinden over de hele wereld. Geen onbaatzuchtigheidstoestanden nodig, gewoon zingen! Zou je kunnen zingen terwijl je schiet op je tegenstander. Nee, dat lijkt me niet. Bush zou geen extra troepen hoeven sturen naar Irak maar gewoon midden op straat in Bagdad gaan staan zingen. Hiep hoi, vrede door zingen.